Interview met Barbara Mertens

Barbara Mertens (1982) studeerde in 2004 af als Licentiate Geschiedenis aan KU Leuven. Twee jaar later startte ze de Cimic-opleiding die uitmondde in een stage rond interreligieuze dialoog in het woestijnklooster Deir Mar Moussa. Ze was lange tijd actief in het vluchtelingenwerk tot ze in december 2017 bij ‘TAU -Franciscaanse spiritualiteit vandaag’ aan de slag kon als stafmedewerker.

Je bent een Cimic-studente geweest. Voor je stage ben je naar het klooster van de nog steeds vermiste Paolo Dall’Oglio in Syrië getrokken. Hoe ben je tot die keuze gekomen?

Ik was amper twintig, toen ik begon te worstelen met zinverlies. Mijn leventje was goed gevuld, maar vervulde me niet. Het gevoel dat er iets wezenlijks in mijn leven ontbrak, hield me vaak letterlijk uit de slaap. Tijdens mijn Cimic-studies kon ik aan de slag als trajectbegeleider bij Inburgering in Antwerpen. Ik begeleidde er vluchtelingen en migranten doorheen hun inburgeringsprogramma. In het team waar ik terecht kwam, was ik de enige niet-moslim. We leefden en werkten nauw met elkaar samen.

Een dierbare Turkse collega werd terminaal ziek. Ik merkte hoe de islam en haar geloof haar hielpen om betekenis te geven aan het lijden dat ze doormaakte. Ondanks de onmacht, het verdriet, de pijn, de angst, … ging ze dapper een weg van innerlijke groei in vertrouwen en overgave. Bij haar herkende ik een manier van ‘betekenis geven’ dat in mijn eigen leven ontbrak. Ik besefte dat ik geestelijk ‘arm’ was, oog in oog met het leven maar ook met de dood.

Mijn moslimcollega’s waren ook benieuwd naar het christendom. Met het beetje kennis dat ik uit mijn kindertijd over het christendom had opgedaan, kon ik hun vragen over de verrijzenis en de Heilige Drievuldigheid niet beantwoorden. Hun vragen zetten me op weg om zelf terug op zoek te gaan naar mijn christelijke wortels en volwassen antwoorden te zoeken op de vragen waar ik zelf ook mee worstelde. Het woestijnklooster van pater Paolo leek daarvoor de ideale plek. Omdat de gemeenschap zich toewijdt aan de dialoog met de islam, kon ik er het christendom verkennen zonder de islam die me zo geïnspireerd had en op weg had gezet, te moeten afwijzen.

Wat heeft je tijdens dat verblijf geraakt?

De impact van een langer verblijf in de woestijn op de psyche van een mens, is niet te onderschatten. De afzondering, de leegte en de stilte raken tot diep in je onderbewustzijn. Het zet iets in beweging, ook in het verborgene. Daar komt nog de bijzonderheid van zo’n eeuwenoude spirituele plek bij en de levendigheid van een gemeenschap zoals ik het nog nooit ervaren had.

Mijn laatste week in het klooster waren we met zo’n 250 mensen samen. Syriërs vanuit alle hoeken van het land en vanuit verschillende kerken beleefden samen de Goede Week, tot het feest van Pasen losbrak. Letterlijk dan, na de intense vier uur durende Paasliturgie werd er op het terras van het klooster gedanst en gezongen! En dat om 9u ’s morgens…, terwijl pater Paolo eigenhandig eitjes bakte voor alle aanwezigen.

Ik kreeg er een authentiek en levendig christendom voorgeschoteld dat me raakte door de eenvoud maar ook door de kracht die ervan uitging, en nog steeds van uit gaat!

De inzet van Paolo in Syrië en zijn keuze voor de interreligieuze dialoog heeft je niet meer losgelaten. We hebben samen zijn boek ‘Amoureux de l’ Islam, croyant en Jésus’ vertaald. Daarin heeft hij het over een dubbel toebehoren. Geldt dat voor jou ook?

Het bijzondere op mijn weg is dat de islam als een gids voor me is. Wanneer ik soms met mijn collega meeging naar de moskee, kon ik een enorme nostalgie voelen als ik moslims zag en hoorde bidden. Zonder goed te weten waar dit gevoel te plaatsen, voelde ik dat ik er iets mee moest, dat het me mee zoog en riep. Maar het was niet zozeer de islam zelf die riep. Het heeft me op weg gezet om uit te zoeken welk verlangen achter die roep zat, en dat bracht me terug bij mijn eigen traditie. Dat is een lange soms moeilijke maar bijzonder rijke weg geworden, die nog steeds verder gaat.

Zo komt de islam soms op onverwachte wijze heel diep binnen. Tegelijkertijd voel ik hoe contacten en uitwisselingen met moslims, altijd opnieuw helderheid en verdieping brengen van mijn eigen christelijke bezieling. Alsof het Licht van de islam me telkens weer een stukje dichter naar huis brengt. Tegelijkertijd voel ik me vanuit die verdieping ook steeds terug naar de islam gestuurd. Ik voel ook het verlangen om deel te hebben aan hun manier van kijken naar de wereld, van geloven en van hun levenswijze.

Vandaag werk je als stafmedewerker bij Tau. Wat is precies je opdracht en hoe verbind je die met het ‘legaat’ van Paolo?

TAU is een gezamenlijk initiatief van de Franciscanen, de Kapucijnen en de Clarissen in Vlaanderen. Omdat deze gemeenschappen ouder worden en de tijden veranderen, kreeg TAU de opdracht om de Franciscaanse spiritualiteit uit te dragen naar de samenleving van vandaag. De Franciscaanse spiritualiteit is wonderlijk fris en levendig. Een belangrijk gedeelte van mijn werk bestaat uit continue verdieping in de geschriften en de verhalen om telkens opnieuw te onderzoeken hoe Franciscus en Clara van Assisi ons vandaag de dag kunnen inspireren. De omgang met de natuur, de Schepping, maar ook met kwetsbaarheid en met ‘de andere’ staan erg centraal.

Vooral in dat laatste voel ik me met abouna Paolo verbonden. Voor zijn gemeenschap is Franciscus van Assisi een soort van patroon van de interreligieuze ontmoeting. Dit jaar, in 2019, is het juist 800 jaar geleden dat Franciscus van Assisi naar het kamp van de kruisvaarders in Damietta, Egypte, trok omdat hij met de sultan wilde spreken. In volle kruistochtentijd waarin de paus het hele Westen had opgeroepen om ten strijde te trekken tegen het ‘beest’ van de islam, liep Franciscus van Assisi hem ongewapend en blootvoets tegemoet. Hij zette zijn leven op het spel en vertrouwde zich toe aan de verhoopte gastvrijheid van de sultan, die op dat moment de gedoodverfde vijand van het Westen was. In het kruisvaarderskamp had iedereen hem voor gek verklaard: hij zou dat nooit overleven. Maar de sultan besliste daar anders over. Hij kon perfect het onderscheid maken tussen een strijdende kruisvaarder en een bezielde minderbroeder.

Van Franciscus van Assisi leren we nog geen dialoog aangaan. Zijn ontmoeting met de sultan en zijn verblijf in het Midden-Oosten waren zijn eerste kennismakingen met de islam. Maar zijn spiritualiteit wijst de weg naar een houding van waaruit we ongewapend en broederlijk ‘de ander’ tegemoet kunnen treden. Ze legt een basis van waaruit een vruchtbare dialoog mogelijk wordt.

foto: bijeenkomst Tau: initiatievoormiddag

(Interview: Marc Colpaert)

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. Iris Denolf schreef:

    Mooie getuigenis!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *