‘Mi Fos’ of ikke en de rest kan stikken. Een theatervoorstelling in Freetown
De jonge Momoh vindt een zak met 80.000 leone (3.160 euro), een fenomenaal bedrag in het West-Afrikaanse Sierra Leone waar het officiële minimumsalaris honderd keer minder is. De voetsporen van zijn deugdzame vader volgend, brengt Momoh het geld naar de politie. Het zal vervolgens overhandigd worden aan de ernstig zieke Rachida, die nu eindelijk een behandeling kan krijgen. Momoh is trots, zijn vriendinnetje Binta nog meer, zijn moeder echter geeft hem een fikse klets in het gelaat.
Moeder is aan het inpakken, het gezin wordt namelijk hun huis uit gedreven omdat het karige loon van de gewetensvolle vader ontoereikend is om de achterstallige huur te betalen. Zij wil geld, veel geld, en het feit dat haar man en zoon de eer hoog willen houden, terwijl iedereen rond hen zich wendt tot corruptie om te overleven, frustreert haar. “Is een man die niet kan zorgen voor zijn familie, een echte man?”, schreeuwt ze het publiek toe.
Mi Fos, Me First, de nieuwe productie van het toneelgezelschap Wan Roof Theatre, begint en wat hier volgt, is een schets die de bijzondere acteerprestaties en het gebruik van humoristische uitlatingen in lokaal jargon die de zaal opzwepen niet kan omvatten.
Mocht momenteel het spontane plan zich in uw verbeelding ontwikkelen, waarbij u uw aanwezigheid in Freetown tijdens de tweede reeks voorstellingen in oktober al visualiseert en u uzelf kent en weet dat deze trigger voldoende is om over te gaan tot actie, stop dan nu met lezen!
Momoh en zijn moeder komen met pak en zak aan bij oom Patrick, haar broer. Zijn uitgelatenheid bij het horen van het nieuws over de vondst, slaat onmiddellijk om in verbijstering en ongeloof. Nu is het zijn beurt om de jongen letterlijk en figuurlijk onder handen te nemen.
Hij legt hem uit wat het betekent echt man te zijn, het is niet zich gedragen zoals zijn vader, maar gaan voor het grote geld. Het keerpunt is aangebroken, Momoh belooft dat hij vanaf nu altijd eerst aan zichzelf zal denken, mi fos.

De bijna 20 jaar in Sierra Leone wonende Griek, Gregorios Delichristos, schreef het stuk en de Sierra Leoonse Bilal Jalloh regisseerde het. Het proces verliep in nauwe samenwerking met het verder multiculturele bestuur en een twintigtal Sierra Leoonse actrices en acteurs.
Het groeiproces van Mi Fos is dan ook voer voor een volgend toneelstuk met een uiteenlopend scala aan emoties verzekerd. Irritatie en boosheid bij veranderingen aan het script of commentaren op de interpretaties ervan, frustratie bij de eeuwige uitdaging van het op tijd komen, ontevredenheid bij de onwil tot inzet van sommigen, bewondering bij de toewijding van velen, stress niet alleen bij de première, trots en opwinding bij het succes.
Momoh kent die geneugten van succes. Als intermezzo helpen de uitbundige roddelaarsters de tijd vooruit. Een uit het leven gegrepen scène toont twee Krio-pratende jonge vrouwen die op de hoek van de straat het leven van de buurtbewoners op de rooster leggen en kruiden met eigen interpretaties en oordeel.

Momoh koopt zijn diploma aan de universiteit, is vanaf dan dokter en wordt dankzij zijn tante, een invloedrijke politica, professor. Via een neef kan hij ook illegale gronden aankopen. Geld, macht en vrouwen liggen voor het rapen, en zijn oom zag dat het goed was.
Babadjide, een waardeloze student, meer geïnteresseerd in een muziekcarrière dan in zijn studie geneeskunde waar zijn rijke vader hem toe dwong, maakt een opvallende intrede. Professor Momoh is niet onder de indruk, nog minder van zijn verzoek om te slagen.
Babadjide kan het ook niet veel schelen, rappen is zijn droom en op de beat van zijn grote idool, 50cent, toont hij zijn talent. Zijn vader echter beloofde hem een nieuwe BMW na het behalen van een diploma met excellente cijfers. Zijn luxueuze Prado wordt dan overbodig en kan hij aan de professor schenken. Deze lijkt even te twijfelen, maar weerstaat niet.

Het doel van Wan Roof Theatre is het theater in Sierra Leone nieuw leven inblazen en voor iedereen bereikbaar maken, vandaar dat er geen vastgestelde toegangsprijs is. Aan de ingang staat een doos en wat gedoneerd wordt, gaat van 1 leone tot 1000 leone per persoon.
Waar eerst een aanmerkelijk deel van de toeschouwers expats waren, is de meerderheid van het publiek bij deze vierde productie Sierra Leoons en dat is precies de bedoeling.
Vanwege de publiciteit die ermee gepaard gaat en de mogelijkheden tot sponsoring, wordt wel geaasd op grote namen. Aan de burgemeester en de eerste minister wordt nog gewerkt, maar Mrs Nabeela Farida Tunis, de minister van Toerisme en Culturele Aangelegenheden en voorvechtster van de kunsten, genoot van de voorstelling en Charlie Heffner ook.
Heffner is een legendarische Sierra Leoonse toneelschrijver, oprichter en al 40 jaar aan het hoofd van zijn eigen toneelgroep, de Freetong Players, niet alleen in de lokale theaterwereld een begrip. Heffner maakte intens gebruik van theater onder andere ter bevordering van de Sierra Leoonse naoorlogse verzoening en ook als instrument voor vorming en ontwikkeling.
Naast het indrukwekkende spel van de acteurs, één van de redenen waarom hij deze voorstelling apprecieerde.
We zien het immers elke dag gebeuren, in werkelijkheid en op de scène, hebzucht kent geen grenzen. Oom Patrick komt aandraven met een prachtige opportuniteit om een astronomisch bedrag te verdienen. De toxische fabriek Contaminex zoekt grond en de bijbehorende vergunningen, die Momoh als dokter en professor kan voorzien van de vereiste handtekening.

Momoh twijfelt, maar kan en wil ‘Uncle P’ niet ontgoochelen. Binta, ondertussen een dynamische activiste, ontwikkelde op het terrein in kwestie een gebouwtje met een bibliotheek voor de kinderen van de wijk.
Ze valt op haar knieën en smeekt Momoh om af te zien van het bedrijfsplan, maar helaas, haar project en haar Momoh is ze kwijt. Momoh en Patrick klinken en dansen op de miljoenen die zullen binnenstromen.
De eindeloze lijst voorbeelden die illustreren hoe endemisch corruptie hier is, is aan te vullen met gevallen uit alle regionen van de samenleving. Sierra Leone kreeg al het etiket ‘narcostaat’. Er zijn de werknemers van het nationale energiebedrijf die elektriciteitsmeters stelen en verkopen voor eigen gewin. Het beschermde woud wordt gekapt, de illegale zandwinning op de stranden gaat door, het labeur wordt uitgevoerd door dagloners die maar één doel voor ogen hebben en dat is overleven.
Oom Patrick zegt het zo: “Corruptie is deel van de samenleving en de samenleving is deel van corruptie”.
De investeerders van Contaminex komen langs, ze prijzen Momoh die “als een tovenaar geld transformeert tot vergunningen en toelatingen”. En daar is ook Binta. De dieren worden ziek en Contaminex is de oorzaak. Momoh wil het niet geloven.
De investeerders reageren dat vooruitgang tegen een kost komt, dat er geen grote winsten gemaakt kunnen worden zonder slachtoffers en dat in hun land de regels bijzonder moeilijk overschreden kunnen worden.
Binta repliceert gedreven dat het de internationale bedrijven zijn die profiteren van Afrikaanse grondstoffen en zo het milieu en de gemeenschappen beschadigen. “En dan proberen jullie jezelf beter te voelen door ontwikkelingshulp te zenden.”
Ook Hassan Arouni kwam kijken. Hij is journalist bij de BBC, presentator van ‘Focus on Africa’ en een trots van Sierra Leone. “Een spiegel gehouden voor onze ziel” kopte zijn recensie, en vervolgde hij, “wat we hier zagen, is het onverschrokken gezicht van corruptie. We keken echter niet naar presidenten en ministers, we keken naar onszelf”.
Hoewel hij beschrijft hoe Mi Fos blootlegt “hoe diep corruptie het emotionele leven van de Sierra Leoonse bevolking kolonialiseerde en hoe die het nastreven van rijkdom, liefde, loyaliteit en waardigheid aantast”, sluit hij toch hoopvol af.
“Het publiek ziet zichzelf, zijn compromissen, stiltes en excuses, en het kan zich gaan afvragen hoe we in deze situatie beland zijn, en belangrijker nog, hoe we hieruit geraken.”
De planken van het toneel kraken, er wordt gedronken en gedanst, het grote geld is aangekomen. Het is de moeder van Momoh die abrupt de muziek afbreekt. De dieren sterven, de gewassen gaan dood, de bewoners van de wijk waar Contaminex werd ingeplant, worden ziek.
De protesterende buurtbewoners zijn onderweg naar Momoh, en oom Patrick maakt zich snel uit de voeten. Binta is er ook bij, ze haalt uit tegen Momoh. “Wat is er van jou geworden?”
Maar Momoh is dan al alles kwijt, de steun van zogezegde vrienden, het geld op zijn bevroren rekeningen en zijn moeder, die fataal ziek blijkt te zijn. Ze schuifelt nog even tevoorschijn aan de rand van het toneel, en vraagt Momoh met een gebroken stem haar te beloven beter te doen met zijn kinderen.
Nu heerst er stilte in het publiek. Stilte in de zaal is immers een concept met grenzen. Toeschouwers zijn deelnemers aan het spektakel, lawaai en de beoordeling ervan zijn relatief.
De acteurs spelen hier gretig op in. In het begin gaat de vader van Momoh bij een collega langs om geld te lenen waarop deze hem wil aanzetten tot corruptie. De vader vraagt het publiek om mee te denken en stelt hen direct de vraag. Zou hij?
Ook Momoh betrekt de toeschouwers bij zijn twijfels wanneer hij telkens wat dieper wegzinkt in het zuigende moeras van de corruptie.

De moeder is definitief verdwenen, en nog ontdaan door haar laatste verschijning begint ook Momoh te hoesten. Met spoed wordt hij naar het ziekenhuis gebracht, met spijt reflecteert hij over zijn leven. Kreeg hij maar een tweede kans.
Maar het geluk staat aan zijn zijde, de anesthesist brengt hem het goede nieuws dat hij onmiddellijk een operatie kan ondergaan. Een kundige dokter, afgestudeerd met excellente resultaten, is in aantocht.
De commotie in de zaal neemt toe, iedereen weet wie er zal binnenkomen en met veel poeha doet hij dat ook. De verzwakte Momoh heft nog zijn hand ter afwijzing. Het doek valt.
Al twee decennia stel ik mij de vraag wat mijn rol kan zijn op dit continent dat mijn thuis geworden is. Vanaf het begin wist ik dat mijn plaats niet bij ontwikkelingshulp lag, noch als onderzoeker of journalist. Maar nauw betrokken bij deze toneelproductie, groeit het besef dat deze richting klopt.
Anna Van Malder
Anna Van Malder woont en werkt in Freetown, de hoofdstad van het West-Afrikaanse Sierra Leone. Zij berichtte al eerder voor deze nieuwsbrief. Zij woont al twintig jaar in West-Afrika. In Mali runde ze een reisbureau en een B&B. Tien jaar later trok ze met haar kinderen naar Guinee, waar ze Engelse lesgaf. Daarna trokken ze verder naar Freetown, waar ze nu lesgeeft én mensen van overal ontvangt in gastenkamers.
Enkele eerdere bijdragen van Anna Van Malder voor CIMIC-Nieuwsbrief:
- Slachtoffers en zondebokken: https://cimic-npo.org/2022/10/31/36-003/
- Over verkiezingen, hiërarchie en het gemak van loslaten: https://cimic-npo.org/2023/04/30/42-007/
- Over reuzen die vallen of blijven staan: https://cimic-npo.org/2023/06/30/44-010/
- De beste plaats in de wereld: https://cimic-npo.org/2023/12/20/48-009/
Lees verder (inhoud juni 2025)
