Adelaide Casely-Hayford, Afrikaanse feministe van het eerste uur
In een in juni verschenen CIMIC-artikel stelde de Fins-Nigeriaanse journaliste, Minna Salami, de inspirerende vraag of feminisme Afrikaans kan zijn. Ze citeerde er onder anderen de Sierra Leoonse Adelaide Casely-Hayford en een uitnodiging om meer over deze vrouw te weten te komen volgde.
Minna Salami bejubelt terecht de Afrikaanse feministen van het begin van de 20ste eeuw die de wereld rondtrokken om hun ideeëngoed te verspreiden. Ze laat Adelaide Casley-Hayford aan het woord die bij een toespraak tijdens één van haar activistische reizen naar Amerika in 1920 een nieuwe dag aankondigt “waarop Afrika een kans zou krijgen om zich met ideeën en idealen te ontplooien door alleen datgene over te nemen van de westerse cultuur wat voor de eigen ontwikkeling en vooruitgang noodzakelijk zou zijn”.
Ervan uitgaand dat veel antwoorden op het continent zelf te vinden zijn, kon ik de vraag naar wat volgens haar dan moest worden toegeëigend niet ontwijken.
Tegelijk was ik benieuwd naar wie haar hier nog zou kennen en ging op rondvraag bij Sierra Leoonse vrouwen, jong en oud, niet en hoog opgeleid.
Eén vriendin van mijn generatie, geboren voor 1975, activiste en feministe, wist van haar, verder niemand. Het zegt meer over onderwijs en cultuur in dit land dan over de vrouwen zelf. Adelaide zou er net hetzelfde over zeggen.
De wereld rond
Adelaide Casely-Hayford (1868-1960) was geboren in Freetown uit een mix van Afrikaanse en Europese voorouders. Ze had een Engelse grootvader die gehuwd was met de dochter van een Fanti-stamhoofd. Haar familie behoorde tot de Krio, de Sierra Leoonse afstammelingen van bevrijde slaven uit Amerika, de Caraïben en de slavenschepen, die zich vestigden in het westelijke deel van Sierra Leone tussen 1787 en 1885.

Hoewel vandaag nog slechts 1,2 procent van de bevolking Krio is, is het de Krio-woordenschat en -grammatica die ik nu instudeer om te integreren. Hun taal bleef de lingua franca in Sierra Leone.
In de tijd van Casely-Hayford werden de Krio opgeleid in lokale missiescholen of in Groot-Brittannië. Ze vormden en zijn nog steeds een welgestelde en verwesterde elite, spelen nog een aanzienlijke rol bij overheid en justitie en blijven hun kroost naar scholen in het Westen sturen.
De doorsnee Krio-families behoren vandaag dan ook voornamelijk tot de diaspora, want de kinderen die naar Engeland of de VS werden gestuurd, komen zelden terug en al helemaal niet om zich opnieuw te vestigen in wat nog wel met overtuiging het vaderland wordt genoemd.
Casely-Hayfords vader ging een stapje verder en besloot bij de aanvang van zijn pensioen, Adelaide was toen 4 jaar, met het volledige gezin, zijn Sierra Leoonse vrouw en hun 7 kinderen, naar Engeland terug te keren.
25 jaar later zullen Adelaide en haar zus zijn laatste wens respecteren en teruggaan naar Afrika, waar de aanpassing vanzelfsprekend niet vanzelf verliep. Vervreemd voelden ze zich bij aankomst in hun geboorteland.
Na enkele jaren vertrekken ze terug naar Engeland waar Adelaide, geboren Smith, trouwt met J. E. Casely-Hayford, een advocaat en actieve voorvechter van het panafrikanisme en het cultureel nationalisme, waarvan vooral het laatste haar zal inspireren.

Cultureel nationalisme is een vorm van nationalisme die groot belang hecht aan de gemeenschappelijke geschiedenis, taal en tradities van een volk of een ‘ras’. Waardering voor het eigen cultureel erfgoed moest worden gestimuleerd om een gevoel van nationale eenheid te creëren.
Deze ideeën ontwikkelden zich voornamelijk in Afrikaanse gemeenschappen als antwoord op de Europese koloniale heersers die de lokale cultuur en identiteit trachtten te ondermijnen en bleek uiteindelijk een essentiële stap naar politieke onafhankelijkheid.
Het echtpaar woont een tijd in Ghana, toen nog de Britse kolonie Goudkust, maar na hun scheiding gaat Adelaide in 1914 terug naar Freetown waar ze vanaf dan moet gaan voorzien voor zichzelf en haar dochter, Gladys.
Ze begon met het geven van bijlessen en muzieklessen. Als getalenteerde muzikante, was ze immers op 17-jarige leeftijd naar Duitsland gegaan, waar ze drie jaar piano had gestudeerd aan het conservatorium van Stuttgart. De behoefte aan inkomsten, de bijlessen, maar ook het inzicht dat er behoefte was aan een school met praktisch onderricht voor meisjes leidden al snel naar een groter plan.
Voor en door Afrikanen
“In Afrika loopt onderwijs voor vrouwen honderd jaar achter op dat van mannen, en biedt het niets om hen voor te bereiden op de uitdagingen van het leven.”
In haar toespraken daagde ze de mannelijke suprematie in Afrikaanse maatschappijen uit. De feministe Casely-Hayford was ervan overtuigd dat een vrouw economisch onafhankelijk hoorde te zijn om haar zelfrespect te bewaren. Het werd haar ambitie om een school op te richten voor meisjes die in staat zouden zijn hun eigen brood te verdienen.
De politieke rechten van de vrouw uitbreiden en gelijkwaardig onderwijs voor vrouwen en mannen werden haar controversiële streefdoelen.
Maar er was meer aan de hand. De koloniale scholen hadden de nationale identiteit ondermijnd. Onderwijs was er in handen van de koloniale heerser en werd vooral bepaald door een westers curriculum. Leerde ik zelf al op school dat in Congo de kinderen les kregen over de Maas, de Schelde en de Ardennen, of vernam ik dat later pas?

Casely-Hayfords cultureel-nationalistisch ideeëngoed reageert hiertegen. “Het onderwijs dat ons gegeven was, hetzij bewust of onbewust, had geleerd onszelf te verachten, en we hebben onmiddellijk behoefte aan onderwijs dat ons liefde voor ons land, een gevoel van trots op ons ‘ras’ en een enthousiasme voor de mogelijkheden van de zwarte mens zal bijbrengen, en een oprechte bewondering voor Afrika’s prachtige kunstwerken.”
Ze ambieerde “te horen dat de jonge moeders hun zonen de glorie van zwart burgerschap aanleerden, in plaats van hen aan te moedigen hun niet-blank zijn te bewenen”. Ze waarschuwde de Britten dat het belemmeren van ontwikkeling voor de Afrikanen zou leiden tot een nog “krachtigere haat”.
“Een school die volledig gecontroleerd wordt door blanken kan nooit een nationaal bewustzijn bij het Afrikaanse kind bevorderen.“ Ze drong aan op het gebruik van in Afrika geproduceerde tekstboeken. En omdat zij de psychologie van het Afrikaanse kind beter zouden begrijpen, benadrukte ze de noodzaak om Afrikaanse leraars aan te stellen, naar behoren opgeleid en betaald.
Het blijft tot vandaag één van de allergrootste uitdagingen van de onderwijssystemen in West-Afrika. Vandaag is het onwaarschijnlijke gemiddelde salaris van een leraar in Freetown nog geen 70 euro per maand, voor de onderwijzer in de basisschool ligt dat nog lager.
Een hervorming van het onderwijs was noodzakelijk en de opleiding van meisjes moest serieus genomen worden, een ideologie die ze over heel West-Afrika hoopte te verspreiden en ook ging verkondigen tijdens menige toespraak die ze hield gedurende haar reizen naar de Verenigde Staten.
Tot tweemaal toe reisde Casely-Hayford naar de VS, eveneens om er nieuwe educatieve methodes te gaan onderzoeken en fondsen te werven, wat een grote uitdaging was gebleken in Freetown zelf.
Ze bewonderde er ook de economische voorspoed die zwarte Afrikanen hadden bewerkstelligd. “We waren het meest onder de indruk van de efficiëntie van het gekleurde meisje. In alle aspecten van het leven neemt ze haar plaats in naast de man.“
Een vakschool voor meisjes
Terug in Freetown werkt Casely-Hayford gestaag verder en opent in oktober 1923 The Girls’ Vocational School met 14 studenten. Haar school was één van de eerste in Freetown die in handen was van en gerund werd door een Afrikaan en baande zo de weg voor meer Afrikaanse scholen.
Eén van haar stokpaardjes was het introduceren en onderrichten van Afrikaanse kunsten en ambachten. Adelaide Casely-Hayford had veel belangstelling voor Afrikaanse kunst die ze beschouwde “als Afrika’s voornaamste bijdrage tot de wereldbeschaving”.
Ze geloofde dat het aanleren van traditionele ambachten, zoals weven, bij de leerlingen hun trots op hun eigen ‘ras’ zou aanwakkeren, beslist een nieuwe benadering voor de ijdele stadsmeisjes die gewoon waren aan de door hen zeer gewaardeerde geïmporteerde goederen.
Casely-Hayford ging prat op het zelf dragen van die traditionele Afrikaanse stoffen, voor haar was het een basisprincipe van het cultureel nationalisme. De dagelijks in Fanti-stoffen gehulde directrice had haar meisjes graag in een gelijkaardige outfit gezien, maar dat voorstel stootte op weerstand.

Het compromis luidde dat Afrikaanse klederdracht éénmaal per kwartaal gedragen zou worden op ‘Africa Day’, gewijd aan het bestuderen van Afrikaanse geschiedenis, folklore, liederen en kunstwerken.
Het zou de voorloper kunnen zijn van wat wij vandaag in Freetown ‘Africana Day’ noemen. Elke vrijdag worden kleren gemaakt van lappa, de typisch West-Afrikaanse katoenen stoffen met kleurrijke geprinte motieven, uit de kast gehaald.
Naast fysieke ontwikkeling, zingen, dansen en acteren stonden voor diezelfde stadsmeisjes ook praktische vaardigheden op het programma, vooral gericht op het vormen van ideale huisvrouwen. Het vak huishoudkunde was een belangrijke pijler en moest de meisjes voorbereiden op hun verantwoordelijkheden als echtgenotes.
Meer dan twee decennia had Adelaide in haar jonge jaren in Europa doorgebracht, genoeg om ervoor te zorgen dat ze net zoals vele Sierra Leoonse Krio-vrouwen diep beïnvloed bleef door de Victoriaanse waarden en ideeën over familie en genderrollen. Onderwijs diende jonge meisjes klaar te stomen voor de voor hen geschikt geachte rollen als vrouw en moeder.
Maar Casely-Hayford liet het begrip huisvrouw uit zijn voegen barsten. Ze meende per slot van rekening dat als de school op zijn minst één toekomstige leider van Afrikaans vrouw-zijn kon voortbrengen, haar werk niet tevergeefs zou zijn.
Casely-Hayford was zo’n leider die als vrouw haar plaats nam in het publieke leven. Ze sprak regelmatig op bijeenkomsten over onderwerpen als het Afrikaanse vrouw-zijn of de gelijkwaardigheid tussen vrouw en man. Maar evengoed beklaagde ze zich over het falen van Afrikaanse ouders die er niet in slaagden de kritische ontwikkeling bij hun kinderen te bevorderen, een ontwikkeling die zij duidelijk wel had meegekregen, maar vandaag nog steeds aanmoediging behoeft. Ze merkte ook op dat Afrikanen arbeid niet waarderen, zij had gezien dat het de sleutel was tot het succes van de Afro-Amerikanen in de VS.
Afrika en Europa op de weegschaal
Als één van de voornaamste doelstellingen vermeldt de studiegids van de school hetzelfde principe als verwoord in het citaat aangehaald door Minna Salami, namelijk “om het beste te nemen ontleend aan de Europese cultuur alsook het beste van onze eigen inheemse gebruiken en gewoonten, om de leerlingen te ondersteunen in het behouden van hun Afrikaanse eigenheid.”
Het definiëren van aspecten van de Afrikaanse cultuur die Casely-Hayford wou preserveren, blijkt geen evidentie. Afrikaanse cultuur is immers meer dan alleen kledij en kunstwerken.
De omschrijving van haar visie kan worden aangevuld met wat ze niet wil overnemen: zoals het Afrikaanse familieleven. Cultureel nationalisten oordeelden dat het uitgebreide familiesysteem de kern was van de Afrikaanse cultuur, Casely-Hayford verwierp het. Ze beschouwde een polygame gemeenschap als een “grote terugval voor de echte vooruitgang van ons ‘ras’”.
In een dergelijke polygame gemeenschap bestond volgens haar geen echt huislijk leven. Zij dacht daarbij aan het Europese concept van een thuis. Ook was ze een devoot christen, een geloof dat groeide in haar latere jaren, waaruit blijkt dat ook Afrikaanse spiritualiteit niet aan haar was besteed.

Daarenboven bleek Casely-Hayford zich ook schuldig te maken aan de typerende Krio-houding tegenover de inwoners van het Sierra Leone Protectorate. In 1807, na de aankomst van de slaven en de afschaffing van de slavernij, was Freetown tot kroonkolonie gemaakt onder de Britten; pas in 1896 werd het binnenland een Brits protectoraat, aldus het Sierra Leone Protectorate.
Ze beschouwde de vrouwen uit het Protectoraat niet als geschikte leraressen voor de kunsten en ambachten in haar school. Ze waren ongeletterd en niet in staat tot systematische arbeid. Het waren vooral de Krio-meisjes uit de stad, die haar interesseerden. Ze zag hen als de toekomstige leiders van het Afrikaanse vrouw-zijn.
Het strookt met haar imago van Krio-aristocrate, een laag van de bevolking waar wel meer van de door Minna Salami geciteerde vroege Afrikaanse feministen in geboren waren.
Zodoende was ze enerzijds bijzonder trots op haar ‘ras’ en nationaliteit, anderzijds werd ze beschreven als “zeer pro-Brits”. Ze was regelmatig te gast bij de Britse gouverneur, maar tegelijkertijd heel uitgesproken over de onrechten van de koloniale heerschappij.
Wanneer de koloniale overheid voortdurend weigerde toereikende fondsen toe te kennen voor haar school, beklaagde ze zich over het feit dat “de meerderheid van blanke mensen geen goed opgeleide zwarten willen zien. Ik ben er stellig van overtuigd dat de Engelsen geen problemen zouden hebben met de kolonies als ze ons telkens een eerlijke deal zouden geven.”
Casely-Hayford gaf die pro-Britse kant ook toe. Over de bittere ervaring bij haar eerste terugkeer naar Freetown op 29-jarige leeftijd, schreef ze later dat het fout is om zwarte kinderen overzee op te voeden, ze verliezen zo de voeling met het thuisfront. Ze was dankbaar voor haar leven in Europa, maar voegde eraan toe “dat het van haar en haar zus zwarte blanke vrouwen had gemaakt.”
Met haar persoonlijk standpunt tussen de Europese en de Afrikaanse cultuur droeg ze bij aan beide bewegingen, ze omarmde het cultureel nationalisme, maar was vooral trouw aan het feminisme. Ze streefde ernaar vrouwen op te leiden tot goede huisvrouwen, maar met haar focus op economische zelfstandigheid en professionele training voor vrouwen was ze haar tijd vooruit.
Naast het houden van publieke toespraken, schreef ze tijdens haar pensioen, na het sluiten van de school in 1940, haar ideeën neer in teksten en kortverhalen uiteraard eveneens ter bevordering van haar dubbel betoog.
Bij mijn zoektocht naar wat Adelaide Casely-Hayford wou overnemen uit de westerse cultuur stuitte ik op haar boeiend levensverhaal en pertinent gedachtegoed waarvan te veel aspecten nog pijnlijk actueel zijn.

Een degelijke opleiding voor leraren blijft een heikel punt in Sierra Leone. Een adequaat loon dat het geven van kwaliteitsvolle lessen aanmoedigt, is onbestaande. Het ontwikkelen van een kritische zin is geen prioriteit in het West-Afrikaanse opvoedingssysteem.
Het zegt iets over de huidige toestand, maar in deze context vooral ook over het vooruitstrevende van Casely-Hayfords denken. Minna Salami had het gezegd: Afrikaanse feministen leveren enkele van de fundamenteelste en meest visionaire bijdragen voor het wereldwijde feministische denken.
Ik heb mijn bedenkingen bij wat Casely-Hayford wou behouden van de westerse cultuur. Het zou te maken kunnen hebben met het feit dat we in een verschillend tijdperk leven, maar daar ben ik niet zo zeker van.
Zij heeft het over het kerngezin als na te streven doel, terwijl ik van nabij de warmte, verstandhouding en verbondenheid van een polygaam gezin heb ervaren. En als iemand die om het even kort door de bocht te poneren weinig heeft met institutionele religies, heb ik tijdens mijn twee decennia op het continent goede intenties naast weinig bemoedigende acties gezien van de twee prominente godsdiensten ter plaatse.
Het antwoord op de vraag die dit verhaal in gang zette, doet nog weinig ter zake. De rol die Minna Salami Casely-Hayford toedraagt, heeft ze gespeeld. Adelaide Casely-Hayford toont ons dat “Afrika door het feminisme wordt verrijkt en het feminisme door Afrika.”
Anna Van Malder
Anna Van Malder woont en werkt in Freetown, de hoofdstad van het West-Afrikaanse Sierra Leone. Zij berichtte al eerder voor deze nieuwsbrief. Zij woont al twintig jaar in West-Afrika. In Mali runde ze een reisbureau en een B&B. Tien jaar later trok ze met haar kinderen naar Guinee, waar ze Engelse lesgaf. Daarna trokken ze verder naar Freetown, waar ze nu lesgeeft én mensen van overal ontvangt in gastenkamers.
Enkele eerdere bijdragen van Anna Van Malder voor CIMIC-Nieuwsbrief:
- Slachtoffers en zondebokken: https://cimic-npo.org/2022/10/31/36-003/
- Over verkiezingen, hiërarchie en het gemak van loslaten: https://cimic-npo.org/2023/04/30/42-007/
- Over reuzen die vallen of blijven staan: https://cimic-npo.org/2023/06/30/44-010/
- De beste plaats in de wereld: https://cimic-npo.org/2023/12/20/48-009/
Lees ook:
- Kan feminisme Afrikaans zijn? (artikel door Minna Salami) https://cimic-npo.org/2025/06/24/64-014/
- ‘Mi Fos’ of ikke en de rest kan stikken. Een theatervoorstelling in Freetown https://cimic-npo.org/2025/06/24/64-012/
Lees verder (inhoud november 2025)
