De onzichtbare rekening van nietsdoen rond klimaat en natuur: wie betaalt als verzekeringen afhaken?

Wanneer wereldleiders, CEO’s en experts zich op 19 januari verzamelden op het Wereld Economisch Forum in het Zwitserse Davos, bevatte het Global Risks Report – dat enkele dagen eerder verscheen – opnieuw weinig verrassingen. Net als in 2025 stonden extreme weersomstandigheden bovenaan de wereldwijde risicoranglijst. Wat wél ontbreekt in het publieke debat, is de vraag die steeds urgenter wordt: wie draait op voor de schade wanneer deze risico’s zich manifesteren, en verzekeringen niet langer volgen?

Een nieuw rapport over de zogenaamde ‘beschermingskloof’ tussen verzekerbare schade en de werkelijke impact van klimaatgerelateerde rampen legt een ongemakkelijke waarheid bloot. Niet alleen groeit die kloof snel, ze wordt ook systematisch onderschat. En België is daarbij allesbehalve een buitenstaander.

Volgens het Europees Milieuagentschap kostten klimaatgerelateerde rampen ons land de voorbije 25 jaar tussen de 12 en 15 miljard euro. Het grootste deel van die schade deed zich voor in de laatste tien jaar. Per vierkante kilometer behoort België daarmee tot de zwaarst getroffen landen van Europa.

Een studie van voormalig Vlaams minister Lydia Peeters (Open VLD, nu Anders) toonde bovendien aan dat een waterbom zoals die Wallonië in juli 2021 trof, in Vlaanderen alleen al meer dan 8 miljard euro schade zou veroorzaken en 84.000 gezinnen zou raken.

Verzekeringsfederatie Assuralia was daarover duidelijk: het grootste deel van die schade is vandaag simpelweg niet verzekerd.

De verwoestende gevolgen van storm Alice in Paiporta (regio Valencia) in Spanje in de herfst van 2024 (foto: Brais Lozenzo).
De verwoestende gevolgen van storm Alice in Paiporta (regio Valencia) in Spanje in de herfst van 2024 (foto: Brais Lozenzo).

Niet alleen klimaat, maar ook natuurverlies

Wat dit nieuwe rapport onderscheidt van eerdere analyses, is dat het de focus verlegt van klimaatverandering alleen naar de combinatie van klimaat én natuurverlies. Ontbossing, verharding, het verdwijnen van wetlands en biodiversiteit maken samenlevingen aantoonbaar kwetsbaarder. Zo kan het risico op grootschalige overstromingen tot 700 procent toenemen in gebieden met grootschalige ontbossing.

Die vernietiging van natuur is bovendien grotendeels onverzekerd. Het gevolg is een vicieuze cirkel: ecosystemen die normaal bescherming bieden tegen extreem weer verdwijnen, rampen worden frequenter en zwaarder, en treffen regio’s die steeds minder veerkrachtig zijn.

Wanneer natuurherstel dan alsnog plaatsvindt, gebeurt dat meestal met publieke middelen – net als noodhulp na rampen – wat de druk op overheidsbudgetten en schulden verder vergroot.

Het rapport toont echter ook dat dit geen natuurromantiek is, maar harde economie. Natuurgebaseerde oplossingen – van overstromingsgebieden tot bossen – zijn vaak goedkoper en effectiever dan louter technische infrastructuur.

De eeuwenoude ‘beschermende bossen’ in de Alpen (wettelijk erkende, kwalitatief beheerde bossen waarvan de primaire functie is om mens, infrastructuur en ecosystemen te beschermen tegen natuurlijke gevaren, en die daarom als een publiek goed worden beschouwd en ondersteund in Zwitserland, Oostenrijk, Italië en Frankrijk) zijn daar een illustratief voorbeeld van.

De beschermingskloof reikt verder dan woningen

Een tweede belangrijke vernieuwing in het rapport is dat de analyse niet stopt bij woningverzekeringen. Ook gezondheidszorg, landbouw, infrastructuur, aansprakelijkheid en bedrijfscontinuïteit worden geraakt. Droogte leidt niet alleen tot misoogsten, maar ook tot hogere voedselprijzen, gezondheidskosten en productiviteitsverlies.

Een internationale casestudy van Allianz toont bijvoorbeeld aan dat, onder een hoog emissiescenario, opbrengsten van maïs, tarwe en soja met respectievelijk 9,2 procent, 7,1 procent en 4,1 procent kunnen dalen. Dat zijn geen abstracte cijfers, maar directe kosten voor gezinnen en bedrijven.

Bovendien werkt de beschermingskloof als een domino doorheen de economie. In de VS wordt gewaarschuwd voor forse waardedalingen van vastgoed in regio’s waaruit verzekeraars zich terugtrekken. Banken zien toenemende kredietrisico’s, en huishoudens verliezen een belangrijk deel van hun vermogen.

In landen als Frankrijk en Duitsland zouden gezinnen door overstromingen alleen al tienduizenden euro’s aan cumulatief inkomen verliezen tegen 2035. Ook in België, waar eigen woningbezit een centrale pijler is van gezinsvermogen, is dat risico bijzonder relevant.

Enorme bosbranden omcirkelen de buitenwijken van de Californische miljoenenstad Los Angeles (VS) begin 2025 (bron: Adobe Stock).
Enorme bosbranden omcirkelen de buitenwijken van de Californische miljoenenstad Los Angeles (VS) begin 2025 (bron: Adobe Stock).

De staat als verzekeraar in laatste instantie

Wanneer verzekeringen afhaken, blijft uiteindelijk één actor over: de overheid. Het rapport toont hoe de beschermingskloof publieke financiën onder druk zet via noodhulp, heropbouw, publieke verzekeringssystemen en investeringen in preventie. Duitsland trok na de overstromingen in het Ahrdal (2021) 30 miljard euro uit voor heropbouw.

De Waalse overheid moest 2,3 miljard euro mobiliseren (waarvan 1,2 miljard via een federale lening) voor directe heropbouwkosten na de watersnood in de Vesdervallei, maar de totale kosten van economische schade en herstel zou volgens schattingen oplopen tot 5,2 miljard.

De VS besteedde in 2024 110 miljard dollar aan rampensteun. Ook Europese publieke verzekeringsmechanismen, zoals in Spanje, draaien steeds vaker op voor miljardenverliezen.

Voor landen met al hoge schuldratio’s is dat geen detail. Het IMF wijst erop dat klimaatkwetsbaarheid de kredietwaardigheid van staten aantast en hun financieringskosten verhoogt. Ironisch genoeg ondermijnt dat net de investeringscapaciteit die nodig is om toekomstige rampen te voorkomen.

Van symptoombestrijding naar strategie

Het grote verschil met veel mediaberichtgeving is dat dit rapport niet stopt bij de probleemstelling. Het pleit voor een strategische aanpak van de beschermingskloof, waarbij overheden en de verzekeringssector samen inzetten op risicoreductie en veerkracht.

Dat betekent: vooruitkijkende risicoanalyses die ook indirecte economische effecten meenemen; het versneld terugdringen van broeikasgasuitstoot en natuurverlies; natuurgebaseerde oplossingen centraal stellen in adaptatiebeleid; sterk investeren in natuurherstel om zo onze weerbaarheid te verhogen.

En ten slotte: verzekeringsregels en prikkels beter afstemmen op preventie in plaats van louter schadevergoeding.

Voor België is dit geen theoretische oefening. De vraag is niet of we opnieuw getroffen zullen worden door extreme weersomstandigheden, maar wanneer.

Het is dus kwestie te zorgen dat we goed voorbereid zijn – financieel én ecologisch. Wie de beschermingskloof negeert, schuift de rekening door naar gezinnen, bedrijven en toekomstige begrotingen. Wie ze vandaag strategisch aanpakt, investeert in veiligheid, stabiliteit en betaalbaarheid morgen.

Koen Stuyck

Lees ook:

Global Risks Report 2026 (World Economic Forum, Davos) published: 14 January 2026  https://www.weforum.org/publications/global-risks-report-2026/


Lees ook (inhoud januari 2026)


Dit vind je misschien ook leuk...