Leven in Turkije – een persoonlijke getuigenis van Süleyman uit Fethiye
In dit heel persoonlijke getuigenis deelt Süleyman Erçalışkan enkele van zijn ervaringen over het leven in Turkije. Hij woont in Fethiye, een stad aan de zuidwestkust van de Middellandse Zee, en vertelt openhartig over zijn werk en sociale leven, de politieke situatie, de economische uitdagingen en de dagelijkse realiteit.
Süleyman geeft ons een inkijk in hoe gewone mensen omgaan met de hoge kosten van het dagelijks leven, de grenzen van vrijheid en veiligheid, en de manier waarop sociale relaties en hobby’s beïnvloed worden door de economische en politieke context. Zijn verhaal biedt een unieke en persoonlijke blik op het dagelijks leven in Turkije – met zowel uitdagingen als momenten van veerkracht en doorzettingsvermogen.
Ik ben Süleyman Erçalışkan. Ik woon in Fethiye, in de provincie Muğla, op een plek waarvan mensen in Turkije vaak zeggen: “Als ik mijn zaken op orde heb, wil ik graag hier aan de Middellandse Zee wonen”. Het klimaat is hier immers heel aangenaam, de zon schijnt bijna altijd en de omgeving blijft bijna het hele jaar door groen. Daardoor kon deze regio zich al snel ontwikkelen tot een toeristische topper.
In Fethiye verkoop ik koffie en soortgelijke producten aan cafés, bars en de talrijke hotels. Ik doe deze job nu vijf jaar.
Door het mediterrane klimaat zijn mensen in dit deel van Turkije over het algemeen heel sociaal. Het is gemakkelijk om contact te maken, mensen zijn spraakzaam.
Toch is het leven in Turkije de voorbije jaren niet bepaald een pretje. Door de enorme inflatie zou ik ons leven momenteel zelfs omschrijven als “slechte levensstandaard, waar je toch veel geld voor betaalt”. Onze gemiddelde uitgaven liggen hoger dan die in Europa en Amerika, maar de kwaliteit is vaak maar vergelijkbaar met die in Afrika en Azië.
De sociale situatie is hierdoor anders: het is bijvoorbeeld bijna onmogelijk geworden om een ‘dure’ hobby uit te oefenen. Wie een goede spiegelreflexcamera met bijbehorende objectieven wil kopen om te fotograferen, zal al snel vijf keer zijn of haar maandloon moeten uitgeven. Dit soort hobby’s hebben, betekent dus behoren tot een andere sociale laag dan het overgrote deel van de Turkse bevolking.

Wanneer we sociaal willen zijn en bijvoorbeeld samen met vrienden eens uit eten gaan, dat is nu heel duur geworden. Vroeger was eten in het hele land goedkoop en van goede kwaliteit. Nu is het erg duur en de kwaliteit gaat achteruit. Zelfs fastfood, dat enorm populair is geworden, is duur. Sociale interactie vindt daarom vaker plaats in parken of aan het strand, waar we onze eigen etenswaren meenemen om daar samen op te eten. Voor iedereen die op die manier samenkomt, is dat veel makkelijker en goedkoper.

De nationale politiek en het steeds autoritairder wordende bestuur beïnvloeden iedereen, zelfs hier in de kustplaatsen waar het altijd relatief aangenaam wonen was.
De overheid verkoopt de meest waardevolle gebieden van het land aan grote mijnbedrijven voor veel geld. Onze natuurlijke schoonheid verdwijnt voor onze ogen. Als mensen zich daar als gemeenschap willen tegen verzetten, en zich verenigen, worden ze geconfronteerd met de disproportionele macht van de staat en met valse aantijgingen.

Wanneer een mijnbedrijf zich in je dorp zou willen vestigen, zal de politie of de lokale gendarmerie er niet voor zorgen dat je huis beschermd wordt, maar zou het best kunnen dat ze je juist wegsturen. De wetgeving is veeleer gemaakt in het voordeel en op maat van deze bedrijven.
Het begrip rechtvaardigheid lijkt te zijn verdwenen in Turkije. Onder de bevolking leeft de stellige overtuiging dat als je als burger iets zegt dat de overheid niet bevalt, je jarenlang de gevangenis in kunt gaan; terwijl als je iemand vermoordt, de maximale straf in de praktijk vijf jaar bedraagt. Daarna kom je toch op de een of andere manier waarschijnlijk vrij.
We leven in een rechtssysteem waar straffen niet meer effectief zijn. Mensen om je heen kunnen op basis van willekeurige beschuldigingen in de gevangenis terechtkomen en jarenlang vastzitten.
Waarschijnlijk hoorde je het niet in het nieuws, maar 150.000 gevangenen zijn onlangs vrijgelaten. Onder hen waren ook veel veroordeelden met een levenslange gevangenisstraf. Anderzijds zitten er momenteel ook personen in de gevangenis die de ambitie hebben om president te worden bij de volgende verkiezingen.

Door de hyperinflatie is onze perceptie van prijzen volledig verstoord. Veel producten in de supermarkt hebben geen prijskaartje meer. Stel je voor dat je door de stad loopt en een fles water koopt in verschillende winkels: bij de ene betaal je 10 Turkse lira (TL), bij de andere 25 TL, bij weer een andere 20 TL en bij de vierde 35 TL (nvdr: de waarde van de Turkse lira is de laatste maanden enorm gedaald en erg volatiel, midden januari 2026 was 1 TL ongeveer 0,02 euro waard, 10 TL is dus ongeveer 20 eurocent).
Er is geen enkele standaard meer. Huurprijzen volgen hetzelfde patroon. Twee jaar geleden betaalde ik 12.000 TL, nu al 28.000 TL. Er is geen beleid dat deze huurverhogingen regelt of afremt. De rechtbanken zitten dan ook vol met dit soort zaken.
Als je zoals ik je inkomen uit handel haalt, word je dus voortdurend geconfronteerd met dalende winstmarges. Twee jaar geleden verkocht ik 1 kilo koffie voor 300 TL, nu voor 1.250 TL, maar toch ligt mijn winstmarge nu lager. Dit fenomeen geldt bijna voor elke economische sector.
Een huis of auto kopen wordt zo erg moeilijk. Een investering voor de toekomst doen is uitgesloten. Daarom geven veel mensen alles uit wat ze aan inkomen hebben. Dat is de reden dat cafés en bars altijd vol zitten: mensen geven alles wat ze hebben direct weer uit. Dit is een duidelijk waarneembare psychologische toestand in ons land.
De slimste mensen van het land zijn de afgelopen tien jaar naar het buitenland vertrokken. Veel van mijn vrienden zijn naar Europa of Azië geëmigreerd. In de afgelopen drie jaar verhuisden ook vele bedrijven naar Azië vanwege lagere kosten, lagere inflatie en lagere arbeidslonen; de levensstandaard lijkt daar beter.
De vrijheid zoals wij die tot voor kort kenden, botst op zeer duidelijke grenzen. Een kritische opmerking over de overheid kan al voldoende zijn om je vrijheid in te perken. Dat betekent dat je voor je eigen bestwil een vorm van zelfcontrole en zelfcensuur moet toepassen.
Je kijkt niet meer naar het nieuws, volgt de actualiteit niet, en denkt dat je op die manier ‘gezonder’ zult blijven. Wanneer je met anderen samenkomt, moet je jezelf dwingen om over andere dingen dan politiek te praten.
Wat veiligheid betreft: persoonlijk voel ik me veilig in mijn omgeving, maar ik weet dat de situatie in de grote steden slecht is.
Over wat de toekomst voor Turkije zal brengen, heb ik eigenlijk geen idee. We leven van dag tot dag. We zijn zo gewend geraakt aan de huidige situatie dat we er nu helemaal ongevoelig voor zijn. Huurprijzen zijn bijvoorbeeld met 90 procent gestegen, benzine met 80 procent. Pensioenen liggen onder de armoedegrens.
Ik kan daartegen protesteren, maar het verandert niets. In het buitenland iets aankopen, is bijna onbetaalbaar geworden. Ook dat kan een reactie oproepen, maar het verandert niets.
Er wordt gesproken over verkiezingen, mogelijk over 2 of 3 jaar, maar het kan ook zijn dat ze helemaal niet plaatsvinden. We zullen pas echt zien wat er gebeurt wanneer het zo ver is.
Süleyman Erçalışkan
Deze tekst werd opgetekend door Sara Avci.


Lees ook (inhoud januari 2026)
