Nucleaire ambities versus realiteit: een kritische reflectie op 15 jaar na Fukushima

Vijftien jaar na de kernramp in Fukushima staat Europa op een kruispunt. Terwijl Belgische energieministers en Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, volop inzetten op een nucleaire renaissance, klinken er ook steeds luider kritische stemmen. Von der Leyen verklaarde recentelijk dat Europa een ‘strategische fout’ heeft gemaakt door zich af te keren van kernenergie, een bron van ‘betrouwbare en betaalbare energie met lage-CO2-uitstoot’. België, dat jarenlang een geleidelijke kernuitstap voorstond, heeft nu de wet op de kernuitstap geschrapt en mikt op een aandeel van 4 gigawatt nucleaire energie in de mix, met name door de verlenging van Doel 4 en Tihange 3 tot 2035.

Maar bij deze ambities kan je serieuze vragen stellen. Zo zijn er de structurele risico’s van kernenergie: de hoge kosten, de afhankelijkheid van complexe toeleveringsketens, en de onopgeloste kwestie van nucleair afval.

Bovendien is de focus op kernenergie een afleiding van de echte uitdaging: het versneld uitrollen van hernieuwbare energie en het verbeteren van energie-efficiëntie. Kernenergie is, ondanks haar voordelen, niet het wondermiddel voor de energietransitie, maar juist een kostbare en risicovolle vertragingstactiek.

De Belgische context: ambitie en realiteit

België heeft in 2025 een historisch akkoord gesloten om Doel 4 en Tihange 3 tien jaar langer open te houden, met een totale productiecapaciteit van 2 gigawatt (GW).

Dit akkoord, dat in 2026 werd bekrachtigd, is bedoeld om de energiebevoorradingszekerheid te garanderen, vooral in de winters van 2025-2026 en 2026-2027, waarvoor tekorten werden voorspeld.

De Belgische regering en Engie-Electrabel hebben hiervoor een juridisch bindend akkoord gesloten, met strenge veiligheidsvoorwaarden en een gefaseerde uitvoering van veiligheidsverbeteringen.

Toch blijft de vraag of deze verlenging voldoende is om de energietransitie te ondersteunen. Studies van EnergyVille tonen aan dat het langer openhouden van kerncentrales slechts een verwaarloosbare impact heeft op de investeringen in hernieuwbare energie.

In alle scenario’s stijgt de hernieuwbare elektriciteitsproductie tot 50 procent van de totale Belgische productie tegen 2030, maar de sluiting van kerncentrales zorgt wel voor een piek in CO2-emissies door de toename van gascentrales.

Kerncentrales hebben enorme hoeveelheden koelwater nodig. Tijdens droge, hete zomers moeten kerncentrales steeds vaker stilgelegd worden.
Kerncentrales hebben enorme hoeveelheden koelwater nodig. Tijdens droge, hete zomers moeten kerncentrales steeds vaker stilgelegd worden.

Europese ambities: Von der Leyens visie

Von der Leyen benadrukt dat kernenergie en hernieuwbare energie elkaar moeten aanvullen om een ‘schoner, betaalbaarder en veerkrachtiger’ energiesysteem te creëren.

Ze kondigde een nieuwe Europese strategie aan voor kleine modulaire reactoren (SMR’s), met als doel deze technologie operationeel te hebben tegen het begin van de jaren 2030. Daarnaast wil de EU 200 miljoen euro garanderen om private investeringen in nucleaire innovatie te stimuleren.

Critici wijzen echter op de risico’s van deze strategie. Kernenergie is niet alleen duur en traag in uitrol, maar brengt ook veiligheidsrisico’s met zich mee, vooral als het gaat om verouderde reactoren en de opslag van nucleair afval.

Zelfs al zouden deze SMR’s gedeeltelijk een antwoord bieden op de afvalkwestie, ze bestaan vooralsnog alleen in powerpointpresentaties en de vraag is niet onterecht of de chronische vertragingen uit de grote reactoren ook niet zullen gelden voor eventuele SMR’s.

Ter illustratie: de kosten voor de nieuwe Britse kerncentrale Hinkley Point C stegen van 18 miljard pond naar 49 miljard pond en de oplevering schoof op van 2025 naar 2030.

Bovendien leidt de focus op kernenergie af, en neemt het financiële ruimte weg van de noodzakelijke investeringen in energieopslag, netverzwaring en flexibiliteit – essentiële componenten voor een succesvolle energietransitie.

De nadelen van kernenergie

Naast de bekende risico’s van kernenergie, zoals nucleair afval en veiligheidsrisico’s, zijn er nog andere belangrijke nadelen die vaak onderbelicht blijven.

– Afhankelijkheid van dubieuze regimes voor uranium: Europa is voor een groot deel afhankelijk van uraniumimport uit landen met een twijfelachtige mensenrechten- en milieureputatie, zoals Kazachstan, Rusland en Niger. Deze afhankelijkheid maakt Europa kwetsbaar voor geopolitieke spanningen en prijsfluctuaties.

– Koelwaterbehoefte en droogte: kerncentrales hebben enorme hoeveelheden koelwater nodig. Tijdens droge, hete zomers, zoals in Frankrijk, moeten kerncentrales steeds vaker stilgelegd worden omdat rivieren en meren niet genoeg koelwater kunnen leveren. Dit leidt tot energietekorten op momenten dat de vraag juist hoog is.

– Economische machtsconcentratie: kernenergie is kapitaalintensief, zowel in bouw als onderhoud. Dit leidt tot een sterke concentratie van economische macht bij een beperkt aantal grote energiebedrijven. Dit staat haaks op de gedecentraliseerde, democratische en participatieve aard van hernieuwbare energie.

De voordelen van hernieuwbare energie

Hernieuwbare energie biedt tal van voordelen die kernenergie niet kan evenaren.

– Gezondheid: hernieuwbare energie veroorzaakt geen luchtvervuiling of lawaai, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen en zelfs kernenergie (bijvoorbeeld door koelwaterlozingen).

– Energie-onafhankelijkheid: hoewel onderdelen van zonnepanelen en windturbines vaak uit China komen, hoeft men ze maar één keer te kopen. Daarna leveren ze 20 jaar of langer (bijna) gratis energie, zonder afhankelijkheid van brandstoffen of geopolitieke risico’s.

– Decentrale opwekking: hernieuwbare energie kan lokaal en gedecentraliseerd worden opgewekt, waardoor risico’s worden verspreid en gemeenschappen meer controle krijgen over hun eigen energievoorziening.

– Flexibiliteit en innovatie: hernieuwbare energie stimuleert innovatie in opslag, smart grids en energie-efficiëntie, wat leidt tot een veerkrachtiger en toekomstbestendiger energiesysteem.

Onderdelen van zonnepanelen en windturbines hoeft men ze maar één keer te kopen. Daarna leveren ze 20 jaar of langer (bijna) gratis energie, zonder afhankelijkheid van brandstoffen of geopolitieke risico's.
Onderdelen van zonnepanelen en windturbines hoeft men ze maar één keer te kopen. Daarna leveren ze 20 jaar of langer (bijna) gratis energie, zonder afhankelijkheid van brandstoffen of geopolitieke risico’s.

Een gebalanceerde benadering

De verjaardag van de kernramp in het Japanse Fukushima (11 maart 2011) herinnert ons eraan dat kernenergie niet zonder risico’s is. Hoewel moderne reactoren veiliger zijn dan hun voorgangers, blijven er vraagtekens bij de veerkracht van kerncentrales in het licht van klimaatverandering en extreme weersomstandigheden.

Bovendien is de kwestie van nucleair afval nog steeds onopgelost, met langetermijngevolgen voor toekomstige generaties.

De nucleaire ambities van België en de EU zijn begrijpelijk, gezien de dringende behoefte aan betrouwbare, CO2-arme energie. Toch mag de focus op kernenergie niet ten koste gaan van de ontwikkeling van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.

Een gebalanceerde energiemix, met aandacht voor innovatie, veiligheid en duurzaamheid, is essentieel om zowel de klimaatdoelstellingen als de energiebevoorradingszekerheid te waarborgen.

Kernenergie kan hierbij een rol spelen, maar het is geen wondermiddel. De toekomst ligt in een slimme combinatie van hernieuwbare energie, opslag, flexibiliteit en energiebesparing – een systeem dat niet alleen schoon en betaalbaar is, maar ook veerkrachtig en rechtvaardig.

Addendum: de nieuwste energiecrisis is hier

Ondertussen hebben Trump en Netanyahu ons een enorme energiecrisis in de schoot geworpen die dreigt uit te draaien op een wereldwijd economisch fiasco. Energie is wat alles aandrijft en dat is nog steeds grotendeels fossiele energie, al daalt onze afhankelijkheid door precies de opkomst van hernieuwbare energie.

We zien nu dat landen die het verst staan in de energietransitie, er het beste uitkomen: China met stip, een land dat al jaren systematisch inzet op de elektrificering en decarbonisering. En dichter bij huis, in Spanje, dat nu in de Europese Unie het minst last heeft van prijsstijgingen van de energie.

Het antwoord op deze crisis is duidelijk: investeringen in hernieuwbare energie en elektrificering moeten omhoog, en snel: met elke nieuwe warmtepomp hebben we minder gas nodig, met elke elektrische wagen hang je minder vast aan olie.

Maar dan zou het helpen dat de overheid dat nog meer gaat stimuleren en consumenten helpt om de overstap te doen. Een betere optie dan bakken geld uitgeven aan fossiele subsidies of nucleaire wensdromen.

Koen Stuyck


Lees ook (inhoud maart 2026)


Dit vind je misschien ook leuk...