Tussen verstilling, opstandigheid en onverwachte ontmoetingen – Verslag van een pelgrimstocht naar Athos – Agio Oros

Begin februari 2026 reisde ik naar Agio Oros met daarop Athos, de Heilige Berg. Een autonome monnikenrepubliek in het noorden van Griekenland, waar vrouwen al meer dan duizend jaar niet toegelaten zijn en waar de gemeenschap leeft volgens de gebruiken uit de Byzantijnse tijd.

We vertrokken met een groep van twaalf mannen van verschillende leeftijden: tien Grieks-orthodoxen, onder wie één priester, en twee niet-orthodoxen: Kris en ik. Wij komen uit een katholieke familieachtergrond, maar staan niet in de orthodoxe traditie.

Ik ben een man van in de zestig. Al jaren ben ik gefascineerd door Athos en ik had de berg al eens mogen aanschouwen vanaf de middelste vinger van Chalkidiki. Ik had al vele religieuze plekken bezocht en vroeg me af hoe het leven eruitziet op een plek die zich zo radicaal heeft afgezonderd van de wereld en van vrouwen.

Wat zoeken de monniken hier? Wat vinden ze in hun spiritueel leven in afzondering van de wereld? En wat zou ik hier voelen?

De aanloop: Brussel, Molenbeek, Thessaloniki

Zondag 1 februari 2026 vroeg opgestaan. Sara mijn partner heeft boterhammen en een plunjezak gemaakt, ik ben nog nooit zo licht bepakt op reis geweest.

Om 7u25 nam ik de trein van Wetteren naar Brussel en wandelde ik van het Centraal Station naar Molenbeek, door een langzaam ontwakende stad.

In de orthodoxe kerk, waar de pelgrimstocht begon, was de mis al bezig en kwam de groep samen. Na de mis vertrokken we met taxi’s naar Charleroi. De vliegreis verliep vlot met aan het eind wel wat serieuze turbulentie.

In Thessaloniki landden we in een bijna overstroomde luchthaven. Met bussen werden we naar de luchthaven gebracht waar de groep zich verzamelde onder leiding van de priester die zijn zwart habijt al aan had. Twee taxi’s brachten ons naar een eenvoudig hotel in Ouranoupoli.

Mijn Griekenlandgevoel was meteen terug. Aan zee aten we in een typisch Grieks restaurant. De gefrituurde ansjovis bleek achteraf een minder goede keuze en een aanslag op mijn verteringssysteem waar ik nog een paar dagen plezier mocht van ondervinden.

Bewegwijzering van voetpaden naar de verschillende kloosters van de monnikenrepubliek van de Athosberg (foto: Henk de Laat).
Bewegwijzering van voetpaden naar de verschillende kloosters van de monnikenrepubliek van de Athosberg (foto: Henk de Laat).

De overtocht op weg naar een andere planeet

Maandag moesten we bij de douane een officieel toelatingsdocument voor Athos gaan halen wat leek op een perkament en 30 euro betalen. Fotograferen was verboden wat duidelijk werd toen ik op de vingers getikt werd door een chagrijnige beambte.

Bij het ontbijt in een ander restaurantje, met een van de laatste koppen goeie koffie, werden de tickets voor de boot uitgedeeld.

Op de veerboot zaten uiteraard alleen mannen. Het was ijskoud, er stond een venijnige koude wind. Ik at op het bovendek van mijn spanakopita [nvdr: een Griekse spinazietaart die vaak als bijgerecht wordt geserveerd] mijzelf beschermend tegen de vele meeuwen die etenswaren aten uit de omhoog geheven handen van pelgrims.

We legden aan bij een paar haventjes in de buurt van kloosters, waar steeds één of meer monniken van boord gingen. Langzaam begon het door te dringen dat we op weg waren naar een andere planeet, een soort Star Wars-gevoel, iets wat totaal onbekend was, wat een sensatie opwekte die ik al heel lang niet meer gevoeld had. Ik probeerde nog wat te filmen, maar mijn handen waren verkleumd.

Bij Moni Agiou Pantoleimonos gingen we van boord. Op de boot zaten jonge mannen in het zwart gekleed met een hoedje op. Ze gingen in elke kerk zingen. Ik had begrepen dat ze van een seminarie kwamen en was verbaasd dat er nog zoveel jongeren geïnteresseerd zijn in religie en specifiek hier in de orthodoxe leer.

Bij de katholieken kiezen mannen die priester willen worden voor het celibaat. Hier hebben mannen de keus. Ze kunnen trouwen voordat ze het priesterschap aanvaarden. Als ze niet getrouwd zijn, kiezen ze voor het celibaat. De priester die met ons mee was, is getrouwd met een Poolse.

Het klooster aan zee was al indrukwekkend met zijn groene koepels, wat Russisch aandeed, en had een van de grootste kerkklokken van Europa. Het leek minder oud dan de kloosters die we al gepasseerd waren en meer weghadden van een fort.

Het Chalkidiki-schiereiland in het noorden van Griekenland met de monnikenrepubliek van de Athosberg op het meest oostelijke ‘uitsteeksel’.
Het Chalkidiki-schiereiland in het noorden van Griekenland met de monnikenrepubliek van de Athosberg op het meest oostelijke ‘uitsteeksel’.

We moesten terug de veerboot op die intussen zijn ronde gedaan had en terugkeerde. We stapten af bij het eerstvolgende klooster waar we bleven slapen: Moni Xenofontos.

Moni Xenofontos: discipline en een slapeloze nacht

Het eerste wat we zagen toen we van de boot kwamen, was een enorme houten poort, waarschijnlijk van een boothuis ingebouwd in een vestingtoren. Langs een kiezelpad klommen we naar de ingang, een deur die uitkwam op een smal kronkelende weg langs een winkel met religieuze voorwerpen en honing, lokum en wijn van het schiereiland. Uiteindelijk gaf een deur toegang tot een groot plein.

In het gastenhuis werden we ontvangen door een monnik in een zaal met banken tegen de wanden en een balkon hoogverheven boven de zee. We kregen thee, een glas water en zelfgemaakte zachte lokum. Er waren drie kleine kamers met telkens vier bedden voorzien voor onze groep.

Om 16 uur was er diner voorzien in een prachtige zaal met oude muurschilderingen. Ik begon op mijn gemak te eten en was nog niet halverwege met mijn warme prak met een onduidelijk vleesachtig stuk voeding, wat tonijn bleek te zijn, toen de bel ging en we naar buiten moesten.

Ik heb me nog even afgezonderd en ben aan zee naar de zonsondergang gaan kijken. Later, op het balkon bij de ontmoetingszaal, had ik een mooi gesprek met Nico, 25 jaar, zeer gelovig, maar met een openheid naar andere religies en opvattingen. Zijn genen waren een mengelmoes van Grieks, Marokkaans en Belgisch. Hij had van verschillende kanten de vraag gekregen om priester te worden en hij leek daarvoor de geknipte persoon te zijn zowel qua uiterlijk als zijn karaktertrekken.

Daarna volgde er een ontmoeting in de zaal met een oudere monnik waar we vragen mochten aan stellen, alles helaas alleen in het Grieks. Ik heb daar gezeten, geprobeerd om de discussies wat te analyseren aan de hand van de soms heftige emoties van onze groep.

Als een van de laatsten verliet ik de zaal waarbij Nico uitlegde aan de monnik dat ik geen Grieks sprak. Hij pakte mijn hand met zijn twee handen vast, liet ze niet los waarna een vriendelijke glimlach op zijn gezicht verscheen en hij een paar woorden zei die ik niet begreep. Niko vertelde dat hij het op prijs stelde dat ik zo lang was blijven zitten zonder er iets van te begrijpen.

De nacht van 2 op 3 februari heb ik enorm slecht geslapen. Mijn buurman Kiriakos zei: “Je ronfle un peu”. Hij had zijn hoofd nog niet op zijn kussen gelegd of er kwam een geluid als van een kettingzaag uit zijn mond. Ook de zingende kletsbol die tegen de muur lag, viel snel in slaap en begon aan zijn avondconcert.

Kris lag aan de andere kant naast mij en had er blijkbaar geen last van. Ik heb, na een tijd wakker gelegen te hebben, mijn laken, deken en kussen genomen en ben in de zaal gaan liggen waar ik op de harde smalle bank ook geen oog dichtgedaan heb.

We moesten om 2 uur ’s nachts op om de mis te gaan volgen. We waren gebroken. Ik ben nog wat blijven liggen in een poging om nog wat te slapen, maar was klaarwakker. Dan ging ik op zoek naar de plek waar de mis zou kunnen zijn, maar hoorde of zag niks. Er is hier geen sprake van lichtpollutie. Alles is aardedonker.

Ik zag, na op een stenen bank gezeten te hebben, iemand binnengaan in de kerk en volgde die. Het was donker binnen, met alleen kaarslicht en de gezangen van de monniken alsof we in een duistere sekte aangekomen waren. Ik struikelde over de drempel bij het binnengaan van de kerkruimte met een overdaad aan goud en ornamenten, een onwezenlijke aanblik in het schaarse kaarslicht.

Ik ging zitten naast Kris en liet het over mij heen komen. De mis duurde meer dan drie uur. Ik kreeg allerlei rare droombeelden en Kris blijkbaar ook bleek de volgende morgen. Ik stelde mijzelf de naïeve vraag: “Wat zou Jezus vinden moest hij vandaag de dag in zo’n orthodoxe kerk met zijn rituelen en zoveel pracht en praal binnenstappen te zijner verering?”

Het was niet duidelijk wanneer we zouden ontbijten. Om 8 uur was er weer een mis van een uur in de kleine kerk naast de eetzaal, waar onze priester de gezangen deed met een oudere monnik waarna we gingen eten. Tijdens de maaltijd zweeg iedereen en werd er voorgelezen. Deze keer heb ik mijn eten snel naar binnen gewerkt. De lunch ’s morgens werd geserveerd met een goeie rode wijn.

Een monnik van het bergklooster Moni Koutloumousiou
(foto: Henk de Laat).
Een monnik van het bergklooster Moni Koutloumousiou
(foto: Henk de Laat).

Karyes en de bergkloosters

Er stond een wandeling op het programma naar het klooster Moni Docheiariou waar we met de boot gepasseerd waren. Gebouwd aan een bron die ontstaan zou zijn nadat een heilige tranen had laten vallen op de aarde. We passeerden een kerk met een mooie blauwe koepel die hoog op een steile helling boven de zee stond. Het klooster zag eruit als een zwaar versterkt fort. We werden ontvangen met lokum, een glas water en Griekse koffie.

Met een 4×4-busje werden we naar Karyes gevoerd via modderige zandwegen naar het klooster Koutloumousiou hoger in de bergen en in de mist. Dit klooster was het minst onderhouden en vertoonde veel sporen van verwaarlozing.

Vandaar hebben we een wandeling naar Karyes gemaakt, een dorp met winkels gerund door monniken en zelfs een café en een bakkerij. De kerk was de moeite waard. Er was een respectvol gesprek gaande met de groep en een monnik die langs de kant in een hoge stoel zat.

We kregen met de hele groep een slaapzaal toegewezen. Naar mijn gevoel een nog grotere ramp dan de eerste nacht op deze uithoek van de wereld. Gelukkig had ik een bed in de hoek iets verder weg van de anderen.

’s Middags maakten we een mooie wandeling naar een kleiner, minder luxueus klooster waar we zelfgestookte tsipouro [nvdr: een Griekse brandewijn gelijkend op Turkse raki, vervaardigd uit de resten die overblijven nadat uit druiven most is geperst] en water kregen van een oudere monnik. Het weer was niet aangenaam, regenachtig, koud en mistig. Gelukkig had ik mijn wollen ondergoed aan, in Zweden gekocht.

Eenmaal terug zaten we na lang wachten met een paar andere pelgrimsgroepen aan lange tafels in een gewelfde, slecht verlichte kelder, waar kommen met een onbestendige zoute pap op tafel stonden. Een salade van witte kool gaf er nog enigszins een gezonde toets aan.

’s Avonds heb ik mijn oordoppen ingedaan die me gelukkig hielpen om de slaap te kunnen vatten. De kamer werd opgewarmd door een houtkachel. ’s Nachts konden we de wolven horen huilen.

Tegen 4 uur naar de mis gegaan, die al anderhalf uur bezig was in de al even donkere met kaarsen verlichte kerk. Na afloop duurde het even voor ik de groep gevonden had en de plek waar er gegeten werd. Soms moesten we lang wachten met de groep en soms was de hele groep plotseling verdwenen en stond ik alleen. Aankondigingen door de priester waren alleen in het Grieks zodat het niet altijd duidelijk was wat de plannen waren.

Moni Iviron: schoonheid en ongerepte natuur

Na het eten zijn we met de rugzakken vertrokken op wandeling langs paden in de ongerepte natuur via snelstromende rivieren en over houten bruggen en via een klein klooster onderweg naar het volgende klooster: Moni Iviron, een versterkt fort, prachtig gelegen aan de zee aan de andere kant van het Athos-schiereiland.

 Klooster van Moni Iviron (foto: Henk de Laat).
Klooster van Moni Iviron (foto: Henk de Laat).

Een monnik aan het onthaal van de gewelfde, kasteelachtige zitruimte kwam met de sleutels van de kamers. Ik kreeg een aparte ruime kamer, samen met Kris, wat een grote opluchting betekende voor ons beide. De monnik hield de sleutel boven de hand van Kris en liet die erin vallen zonder hem aan te raken, een vreemde gewaarwording, die de superioriteit van de monniken nog eens extra in de verf zette.

Dit klooster was duidelijk veel ouder, maar ook veel luxueuzer dan de kloosters die we tot nog toe gezien hadden en heel goed onderhouden. Er was een koffiekamer met brood, honing en confituur en lekkere koeken die dreven in de siroop.

Met de hele groep hebben we een wandeling gemaakt rond het klooster en kwamen, passerend via een houtzagerij en een grote vestingtoren, aan zee met een klein kapelletje waar onze priester met een van de Griekse pelgrims begon te zingen.

Onze kamer bevond zich op de tweede verdieping toegankelijk met een mooie houten trap. Er zijn prachtige en duurzame materialen gebruikt voor de restauratie. Het uitzicht vanaf het hooggelegen brede balkon op een snelstromende rivier was prachtig.

Kris en ik hadden ongelooflijk veel zin in koffie, maar elke keer als we koffie wilden zetten, werden we onderbroken door een onvriendelijke monnik (de groep gaat wandelen, er is een mis, we moeten naar het museum). Een bezoek aan het museum met een grote rijkdom aan boeken, religieuze voorwerpen en iconen was heel interessant, maar helaas was de uitleg van de gids, een oude monnik, in het Grieks.

Donderdag 5 februari

’s Nachts was er weer een mis, eerst in de grote kerk en daarna in een kleinere en oudere kapel waar ik niet lang ben binnen geweest wegens te veel volk in een te kleine ruimte. Ik heb me buiten op een bank gezet en gebabbeld met een sympathieke Albanese man die hier 20 jaar gewerkt heeft aan daken en dakvensters.

Het meeste werk wordt hier, in tegenstelling tot wat ik dacht, niet gedaan door de monniken, maar door Albanezen.

Om 6u31 schreef ik in mijn dagboek: “Vandaag ben ik tot een bizarre conclusie gekomen waar ik blijkbaar zelf nog niet uit ben. Ik geloof niet meer in religies die gedomineerd worden door mannen. Zij gaan de wereld niet veranderen.

Er moet een serieuze mentaliteitsverandering komen, hoe dat weet ik niet. Ik weet wel dat, zolang er geen gelijkschakeling is van mannen en vrouwen, deze mastodonten van religies met de daaraan gekoppelde machtspatronen gedoemd zijn om te mislukken en uiteindelijk volgens mij zullen imploderen.”

“Hier wordt dat nog eens extra in de verf gezet door het ontbreken van elk vrouwelijk aspect wat op een extreme manier buitengehouden wordt.

Ik heb al veel religieuze plekken bezocht tijdens mijn zoektocht naar spiritualiteit. Ik heb het moeilijk met de onvriendelijkheid van de monniken en hun afstandelijkheid, naar mijn gevoel een uiting van superioriteit.”

“Er wordt hier alleen Grieks gesproken waardoor de uitsluiting, als ik het zo mag noemen, nog sterker wordt. Daarenboven is zowel ik als Kris geen orthodoxe gelovige. Hier komen vooral Grieken (ik hoorde zeggen 70 procent van de bezoekers), maar ook Oekraïners, Russen en Roemenen.”

“We leven in een mannenwereld waarin machtige vrouwen door de eeuwen heen stelselmatig uitgeroeid werden. De katharen, die een gelijkwaardigheid tussen man en vrouw nastreefden, werden uitgeroeid door de paus; sterke vrouwen in de middeleeuwen eindigden vaak als heks op de brandstapel; een matriarchale gemeenschap in Lycië (Zuid-Turkije in de Griekse oudheid), werd volledig uitgeroeid. Maria Magdalena? Waarom zijn mannen zo bevreesd voor vrouwelijke kracht?”

“Dit hier is duidelijk niet mijn wereld of een wereld waarin ik rust en vrede zou kunnen hebben. Enerzijds voel ik mij kalm en aan de andere kant wekt het een opstandig rebels gevoel op. Een interreligieuze dialoog lijkt hier bijna onmogelijk.”

“Het klooster Moni Iviron waar we nu zitten, is nog het meest ontspannen onderkomen tot nu toe. De andere kloosters hadden meer weg van de discipline en maaltijden in een leger. Tegen de weinige verwachtingen die ik had, kregen we hier geen biologische en zelfgekweekte groenten, maar doperwtjes en bonen uit blik en een soort van onbestendige grauwe zoute pap. De pelgrims eten samen, afgescheiden van de monniken.”

“Ik voel hier geen overweldigende energie zoals bijvoorbeeld in diverse religieuze tempels van uiteenlopende religies. Misschien duurt dat proces hier langer en is ons verblijf te kort. Het is me nog niet duidelijk wat ik voel. Ik probeer hier zo min mogelijk een oordeel te vellen en het gewoon over mij heen te laten komen, maar zelfs dat lijkt me een moeilijke oefening/opgave.”

Dit klooster aan zee biedt een grotere luxe vergeleken met de andere kloosters. Het gaat er hier ook wat losser aan toe. Dit is ook een van de mooiste, oudste en best onderhouden gebouwen tot nu toe. De eetzaal met zijn lange marmeren tafels was prachtig met muurschilderingen op de rondingen van reusachtige mannelijke heiligen en daarboven in het klein verschillende taferelen van Maria. Het kon zo het decor zijn van een Harry Potter-film. Op alle netjes gerangschikte borden lag een gebakken vis.

Terwijl we wachtten op de bus, vroeg ik aan onze priester of het mogelijk was om iets van het leven van de monniken zelf te zien. De wijnkelder of de plaats bijvoorbeeld waar de olijfolie werd geperst? Hij antwoordde dat de monniken dat niet hier deden, maar de druiven en olijven exporteerden naar Griekse steden, waar ze verwerkt werden tot wijn en olijfolie.

Ik was enigszins teleurgesteld en had duidelijk andere verwachtingen ondanks het feit dat ik geprobeerd had om zo weinig mogelijk verwachtingen te koesteren en alles gewoon op mij af te laten komen zonder te oordelen. Achteraf hoorde ik dat veel van de gewassen, die de monniken zelf verbouwen, opgegeten worden door everzwijnen, wat een echte plaag blijkt te zijn.

Om 11 uur werden we aan zee opgepikt door een busje om naar het laatste klooster te rijden: Moni Filotheou.

Moni Filotheou: de confrontatie

Het busje stopte een paar honderd meter voor de ingang waar ik een sanitaire stop moest houden. De groep was ondertussen al vertrokken en uit het zicht verdwenen. Binnen het klooster was niemand te zien. Ik heb mij op een stenen bank gezet tot ik Kris zag zwaaien op een balkon. We kregen een kamer toegewezen samen met onze snurkende vriend, ambiance gegarandeerd.

Weer was er in de ontvangstruimte water en tsipouro. Daarna moest iedereen het gastenboek invullen waar ook de naam van vader en religie vermeld moesten worden.

Het klooster Moni Karakallou (foto: Henk de Laat).
Het klooster Moni Karakallou (foto: Henk de Laat).

Op het programma stond een wandeling naar een klooster verderop, Moni Karakallou, een hoger gelegen vesting met uitzicht op zee. De weg ernaartoe bestond hoofdzakelijk uit gladde stenen waar water over stroomde wat de wandeling er niet gemakkelijker op maakte.

Het klooster was indrukwekkend. Op de binnenplaats werd er verzameld en de kerk bezocht waar traditiegetrouw iconen vereerd en gekust werden. Tegen drie uur waren we terug.

We stonden wat op de gang te babbelen toen er een luik openging van de keuken. De keukenmonnik wist ons te melden dat Kris en ik – als katholieken – niet met de rest van de groep samen mochten eten, maar pas later eten zouden krijgen. Dit voelde heel vreemd aan. Ik begreep het niet, we waren heel de week samen geweest, hadden alles samengedaan en nu werden we ineens gescheiden en anders behandeld. Ik voelde een steek in mijn maag.

Nadat de groep buiten kwam, werden we door dezelfde keukenmonnik met lange puntige baard binnengeroepen en kregen we een lekkere vis te eten met een stevige rode wijn. Er zat deze keer geen tijdslimiet op en we konden rustig eten. Kris ging weg na het eten terwijl ik nog wat bleef zitten met een opstandig gevoel.

De andere monniken wilden afruimen, maar ik maakte duidelijk dat ik nog niet klaar was. Ik gebaarde naar de keukenmonnik om te komen en vroeg hem kalm of ik een vraag mocht stellen. Dat was geen probleem. Ik vroeg hem waarom we in dit klooster apart moesten eten terwijl we tot nu toe steeds alles met de hele groep samen hadden gedaan.

Hij bleek een vriendelijke man te zijn en voelde zich duidelijk wat gegeneerd. Dit waren de regels hier, vertelde hij, en er werd – volgens zijn voorstel – gewerkt aan een afgescheiden deel in de eetzaal waar mensen met een andere religie konden eten samen met de orthodoxen.

Hij ging een andere monnik halen die beter Engels sprak, de monnik die ons de kamers toegewezen had. Dat was een lieve, vriendelijke en zeer intelligente man. Ik vertelde hem dat ik werkte bij een organisatie die onder andere projecten begeleidt rond interreligieuze dialoog.

Er volgde een mooie discussie met wederzijds respect die mijn opstandigheid wat temperde. Dit was de eerste keer dat ik zo’n contact had met de monniken. Hij vertelde me dat de katholieken veel leed veroorzaakt hadden bij de orthodoxen door de geschiedenis heen en hij zei: “We forgive, but we do not forget”.

Dat klonk voor mij op dat moment als een contradictie. Wat is dan vergeving in zijn ogen? “Er zijn regels waarvan enkele al een duizend jaar bestaan en die gerespecteerd moeten worden.” “Daar kan ik mee leven”, zei ik, “als die regels consequent toegepast zouden worden en niet in het ene klooster wel en het andere niet.” De monnik vroeg mij naar mijn ervaringen in de andere kloosters. Ik vertelde hem dat gescheiden eten zich tot nu toe nog niet had voorgedaan.

Hij excuseerde zich en vroeg om vergeving waarop ik zei dat er aan hem persoonlijk niets te vergeven valt. Ondertussen was mijn weerstand verdwenen en maakte plaats voor begrip, maar ook een vorm van compassie.

Ik verliet de eetzaal na de monnik die de leiding had over de keuken een hand te hebben gegeven en hem te bedanken. Hij pakte mijn hand met zijn twee handen vast en gaf mij een warme glimlach, wat de laatste resten van de opstandigheid in mij deed smelten. Ineens voelde ik dat er toch een liefdevolle warmte aanwezig was bij sommige monniken die ik tot dan toe gemist had.

Dankzij mijn oordoppen heb ik toch redelijk kunnen slapen. De volgende dag was een feestdag die gevierd werd met een mis die al om 22 uur begon en duurde tot de volgende ochtend. Tegen halfvijf ben ik opgestaan. Kris was al weg. Ik ging buiten op een muur aan de gang langs de keuken zitten. Ik hoorde prachtige gezangen die uit een ontmoetingsruimte leken te komen en vroeg mij af of het een cd was.

Ik had mij al eerder verbaasd over de geweldige akoestiek in de verschillende kloosters die perfect ontworpen leken voor wat ze moesten dienen. Ik zag een monnik de kerk binnengaan en besloot hem te volgen. Ik werd als contrabassist en zanger aangezogen door de serene gezangen, deze keer met prachtige sonore geschoolde stemmen. Als aan de grond genageld stond ik gefascineerd te luisteren voor de ingang van de centrale ruimte waar gezongen werd.

Ineens kwam er een jongere monnik op mij af die mij op een heel botte manier vroeg waar ik vandaan kwam. Ik antwoordde verbaasd: “Belgium”. “You are catholic, you are not welcome here!” Hij zwaaide zijn arm omhoog, wijzend naar de uitgang. Ik was gechoqueerd, dit ging door merg en been. Ineens leek het alsof ik in het leger beland was. Ik voelde een diepe pijn in mijn buik alsof ik een messteek kreeg. Ik maakte een kleine buiging voor hem en zei: ”Thank you”, waarna ik buiten ging en weer op de muur ging zitten.

Ik kreeg braakneigingen en voelde mijn opstandigheid direct terugkomen. Na even gezeten te hebben, passeerde er een monnik die goeiemorgen zei en mij aansprak. Ik probeerde mij kalm te houden. Het bleek een Duitser te zijn waarna we in het Duits verdergingen. Nadat ik hem had verteld wat er was voorgevallen, en hoe ik mij voelde, kwam er een mooie discussie op gang.

Ik vertelde hem over mijn ervaringen en mijn zoektocht naar spiritualiteit langs diverse paden en religies, over mijn visie op spiritualiteit en hoe spiritueler een mens wordt, hoe meer hij zijn ego verliest en nederiger wordt met het oog op de liefde als universele gedachte, als de essentie van elke grote religie.

Hier was ik juist getuige geweest van het omgekeerde, ook het superieure gedrag van sommige monniken in andere kloosters kon ik niet plaatsen. De Duitser vertelde mij dat dit een van de strengste kloosters was en dat er nog strengere kloosters op het Athos-schiereiland zijn waar zelfs hij als monnik niet welkom is.

We spraken over de toestand van de wereld vandaag en mijn overtuiging dat als we enig tegenwicht willen geven, er een interreligieuze dialoog nodig is en een bundeling van krachten en niet de rest van de wereld buitensluiten alsof er niks aan de hand is. Niet alleen andere godsdiensten vergeven, maar een actieve dialoog en samenwerking aangaan. Hij leek daar wel voor te vinden te zijn, maar zag ook de vastgeroeste waarden en normen in zijn omgeving.

Zelf had hij kritiek op het feit dat deze gemeenschap zo op zichzelf staat en nauwelijks hulp biedt aan mensen in nood ondanks de grote rijkdom van de gemeenschap. Hij moest gaan helpen in de keuken en we namen afscheid. Eigenlijk was ik blij met wat er voorgevallen was, eindelijk had ik een persoonlijk contact met verschillende monniken gehad wat mijn nieuwgierigheid alleen maar verder had aangewakkerd.

De gezangen verplaatsten zich van de kerk naar de eetzaal, waar we ook niet welkom waren. Kris kwam bij mij zitten en ik vertelde over wat mij overkomen was. Hij had iets gelijkaardigs meegemaakt.

Na de ochtendlijke maaltijd stonden alle monniken bij de uitgang op een rij met iconen en religieuze voorwerpen die door iedereen gekust werden. Toen iedereen weg was, kwam de keukenmonnik ons vriendelijk tegemoet om ons uit te nodigen voor de maaltijd. De Duitse monnik kwam ons een extra beker wijn brengen. We werden in de watten gelegd, de sfeer was compleet veranderd.

Na een warm afscheid vertrokken we. De Duitser had een brief die hij aan Kris gaf om die aan mij te overhandigen. Waarna ik de Duitser zelf zag, afscheid nam en de brief van Kris kreeg. Daarop stond zijn boek vermeld dat hij geschreven had getiteld: Ein besseres Leben.

Eenmaal boven in het gastenverblijf kon ik het niet laten om in het gastenboek achter mijn naam catholic door te strepen en te schrijven: open to all religions.

Ik vertrok er met gemengde gevoelens en voegde mij bij de groep voor de uitgang. Erover praten bleek moeilijk en niet het juiste moment. In het busje zat ik alleen op een stoel naast het raam en had even een kort gesprek met de pelgrim achter mij en het feit dat het mij niet ging om de regels – daar ik wel mee leven, maar veeleer om de manier waarop. We zitten hier toch niet in het leger. Hij begreep het.

We reden door de bergen en langs het klooster aan zee naar de andere kant, een plek waar we nog niet geweest waren dichter bij de berg Athos die we nog altijd niet van dichtbij gezien hadden.

Daar namen we de boot terug naar de realiteit. Er werd niet meer gesproken over wat er voorgevallen was. Eenmaal terug aan het ontbijt hoorden we hun verhalen over hun ervaringen. In de marathonmis in het strenge klooster mochten ze ter communie gaan tegen de ochtend. Maar ineens kwam er een priester op hen af die botweg vroeg of ze die ochtend wel hadden gaan biechten. Niemand van hen had dat gedaan. Ze moesten de kerk onmiddellijk verlaten en kregen geen hostie. Ze waren er allemaal niet goed van.

Uitzicht op Moni Stavronikita, een klooster aan zee (foto: Henk de Laat).
Uitzicht op Moni Stavronikita, een klooster aan zee (foto: Henk de Laat).

Waarschijnlijk was dit nog pijnlijker dan wat mij voorgevallen was. Het bracht de groep weer wat dichter bij elkaar met wederzijds begrip. Onze priester zei niet veel. Ik denk dat hij nog het meest gegeneerd was van allemaal.

In de bus waarmee we naar ons sjiek hotel in Thessaloniki werden gebracht, zat ik naast Nico. We hadden een tof gesprek. Ik kreeg er een eigen kamer evenals Kris. De douche deed deugd en waste alle geuren en vieze gevoelens van mijn lijf.

Het laatste avondmaal met de groep was enorm gezellig met een overdaad aan gegrild vlees en andere gerechten aangevuld met liters Griekse wijn. De meesten vertrokken de volgende dag na het ontbijt met het vliegtuig terug naar België. We namen afscheid van de groep en kregen van de priester een doos lokum.

Toen hij alleen in de lobby van het hotel aan het wachten was, ben ik naar hem toegegaan en heb hem bedankt voor alle goede zorgen waarop hij vroeg: “Why?” Ik vertelde dat ik dankzij hem een prachtige en leerzame reis had gehad. Hij had tranen in zijn ogen en ik moest moeite doen om niet vol te schieten.

In het vliegtuig terug zat ik naast Rianne, een professor psychologie aan de KU Leuven, een heel interessante vrouw die alles wilde weten over mijn reis wat de reistijd aanmerkelijk verkortte. Zij was zelf naar een vrouwenklooster geweest in Chalkidiki, naast de Peloponnesos, de tweede ‘uier’ van Griekenland.

Met de bus zijn Kris en ik van Charleroi naar Brussel-Zuid gereden waar onze wegen zich splitsten. Ik bedankte Kris om mij mee te vragen en voor zijn aangename gezelschap. Ik zei dat ik geen groepsmens ben en dit niet met iedereen had kunnen doen. Hij zei dat het zonder mij erbij waarschijnlijk een totaal andere ervaring zou geweest zijn.

Op het station van Wetteren werd ik warm verwelkomd door Sara en door een carnavalsstoet met een wagen waarop mannen stonden verkleed als monnik met zwarte en rode pijen en achter op de wagen een enorme kerkklok, misschien de grootste van Europa. Het was fijn om Sara terug te zien.

Henk de Laat


Lees ook (inhoud maart 2026)


Dit vind je misschien ook leuk...