Tags: jihadistische gewapende groepen

Mali’s sovereignty dilemma


De Malinese junta onder leiding van overgangspresident Assimi Goïta heeft haar legitimiteit gebaseerd op verzet tegen het Westen, vooral dan tegen oud-kolonisator Frankrijk, en beloften van vernieuwing, anticorruptie en herwonnen soevereiniteit. Maar met de toenemende interne politieke spanningen en de jihadistische opmars die nu zelfs de hoofdstad Bamako direct in de tang neemt, dreigen onder meer de nauwe banden met Moskou de afhankelijkheid van buitenlandse machten juist nog te vergroten.
Sinds het leger in augustus 2020 door een staatsgreep president Ibrahim Boubacar Keïta aan de kant schoof, is de koers van Mali steeds onzekerder en onstabieler geworden. Nadat Assimi Goïta bij een tweede militaire coup in mei 2021 de touwtjes van de junta stevig in handen kreeg, wordt het leiderschap van Goïta gekenmerkt door een uitgesproken autoritaire en nationalistische houding. Zijn regering legt de nadruk op soevereiniteit, nationale belangen en een herstructurering van het bestuur, waarbij graag wordt beweerd dat binnenlandse stabiliteit voorop staat. Onafhankelijkheid van externe invloeden wordt steevast benadrukt. De realiteit in het najaar 2025 in Mali beantwoordt echter hoe langer hoe minder aan deze beschrijvingen. Een interessante analyse door Yahia H. Zoubir en Abdelkader Abderrahmane verscheen op de website ‘Africa is A Country’.