Sahel: het Franse leger heeft zich hopeloos vastgereden in het zand van Mali

Acht jaar na het begin van zijn militaire aanwezigheid in de Sahel, met de operaties Serval en vervolgens Barkhane, dreigt Frankrijk vast te lopen in zijn strijd tegen ‘terroristische groeperingen’ in Mali.

Op 11 januari 2013 lanceerde toenmalig Frans president François Hollande (PS) in Mali de grootste buitenlandse militaire operatie van Frankrijk sinds het einde van de Algerijnse oorlog in 1962. Zijn beslissing wekte alom verbazing. Een maand eerder, in New York, tijdens de stemming in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties over een resolutie die de inzet van vredeshandhavers (VN-blauwhelmen) in Bamako toestond, had het Élysée nog stellig beweerd dat het niet rechtstreeks in het gebied wilde ingrijpen.

Destijds was het idee immers niet om Franse soldaten naar Mali te sturen, maar om logistieke ondersteuning te bieden aan de troepen van ECOWAS, de regionale veiligheidsstructuur van de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten. Frankrijk zou deze ECOWAS-operatie helpen financieren en ondersteunen. Op het terrein zouden uitsluitend ECOWAS-soldaten [nvdr: wat in de praktijk zou neerkomen op vooral Nigeriaanse soldaten] worden ingezet.

De tegenstrijdigheden hielden daar niet op. Toen hij in 2012 werd gekozen, beloofde François Hollande, net als vele van zijn voorgangers trouwens, een einde te willen maken aan de slechte praktijken van de ‘Françafrique’, het kluwen van militaire, economische en politieke belangen dat Frankrijk bindt aan zijn ex-kolonies in Afrika.

Het Élysée, kondigde de Socialistische Partij (PS) aan, moest stoppen met het militair steunen van autoritaire regimes en voorgoed breken met het beleid van Nicolas Sarkozy, die de Tsjadische president Idriss Déby Itno in 2008 in extremis had gered door de Franse luchtmacht te sturen om rebellencolonnes in het noorden van Tsjaad te bombarderen.

Franse militairen van de Opération Barkhane in gesprek met een lokale leider in het zuiden van Mali, 17 maart 2016 (foto: Wikipédia.fr).
Franse militairen van de Opération Barkhane in gesprek met een lokale leider in het zuiden van Mali, 17 maart 2016 (foto: Wikipédia.fr).

In een nota die in 2011 werd gepubliceerd, raadde het toekomstige hoofd van de Afrika-cel van François Hollande, Thomas Mélonio, zelfs aan om helemaal een ​​einde te maken aan de defensieovereenkomsten die door Frankrijk waren gesloten met de voormalige koloniën ten zuiden van de Sahara.

In 2015 zou Philippe Baumel, een volksvertegenwoordiger voor de PS, de regering zelfs waarschuwen voor de grote nadelen van militaire interventies “die al te frequent en vaak te groots uitpakken in vergelijking met het echte Afrika-beleid van Frankrijk”.

De eeuwige Franse ‘gendarme’

Maar François Hollande en zijn minister van Defensie, Jean-Yves Le Drian, namen dit advies nauwelijks ernstig. Integendeel, in plaats van definitief te breken met de pretenties van de voormalige kolonisator om zich nog altijd de rol van politieagent in Afrika aan te meten, hebben ze de militaire interventies alleen nog maar opgevoerd.

Alleen al in 2013 lanceerden ze de Opération Serval in Mali en vervolgens de operatie-Sangaris in de Centraal-Afrikaanse Republiek. In augustus 2014 zou het Franse leger zijn actieterrein zelfs nog fors uitbreiden naar Tsjaad, Niger, Burkina Faso en Mauritanië onder de noemer Opération Barkhane.

Officieel was het mandaat in de Sahel beperkt tot het bestrijden van gewapende groepen die als ‘terroristen’ werden gekwalificeerd. In de praktijk echter versterkten de Franse militaire operaties elke keer weer de macht van soms corrupte en autoritaire presidenten. Bijvoorbeeld door in 2019 naar het noorden van Tsjaad te gaan om daar op uitdrukkelijke vraag van de Tsjadische president Idriss Déby de opmars van rebellen, die echt geen jihadisten waren, een halt toe te roepen.

Een betoging op 15 januari 2018, in de hoofdstad Bamako, tegen de Franse militaire aanwezigheid in Mali (foto: VOA-Africa).
Een betoging op 15 januari 2018, in de hoofdstad Bamako, tegen de Franse militaire aanwezigheid in Mali (foto: VOA-Africa).

Met zijn militaire en financiële hulp heeft Frankrijk al te dikwijls bijgedragen aan het in stand houden van Afrikaanse regeringen die dat niet verdienden. Door de tekortkomingen en zwaktes van hun legers te compenseren en de logistiek te bieden die nodig is voor de voortzetting van de gevechten, heeft het sommige Afrikaanse leiders ook in staat gesteld hun (schaarse) middelen te richten op het onderdrukken van politieke tegenstanders.

Terwijl de Franse soldaten van Opération Barkhane in het noorden van Mali vochten, maakten ontevreden Malinese officieren van de gelegenheid gebruik om een ​​putsch voor te bereiden en president Ibrahim Boubacar Keïta (IBK) op 18 augustus 2020 omver te werpen in de hoofdstad Bamako.

Zo rechtvaardigde de strijd tegen het terrorisme niet alleen de straffeloosheid van het Malinese leger, maar ook de massale schendingen van de mensenrechten, die als gevolg daarvan het ‘verzet’ van de jihadisten tegen de ‘goddeloze’ bezettingstroepen in dienst van het ‘westerse imperialisme’ gemakkelijk konden blijven legitimeren.

De militaire aanwezigheid van Frankrijk op het terrein werd door de lokale autoriteiten daarom vaak beschouwd als een soort van ‘levensverzekering’. Het weerhield hen ervan om de nodige hervormingen door te voeren, de strijd tegen corruptie aan te gaan en de basisontwikkeling van verarmde gebieden efficiënt aan te pakken. Opstandelingen hebben zich juist kunnen verspreiden over een zeer groot gebied door precies handig gebruik te maken van de terechte ontevredenheid onder de bevolking over de afwezigheid van de zwakke overheid op het platteland van de Sahel.

Tegenwoordig kan de strijd tegen jihadistische groeperingen, die nog nooit aanslagen in het buitenland hebben gepleegd, niet langer worden gebruikt als voorwendsel voor verdere militaire inzet in de Sahel.

Frankrijk heeft zich inderdaad vastgereden in een counterinsurgency-oorlog die alle tegenstellingen in het officiële verhaal over de mondiale aard van de terroristische dreiging in de Sahel open en bloot naar buiten brengt. Sterker nog, de autoriteiten verwijzen regelmatig naar de verderfelijke invloed van het wahhabisme, dat verantwoordelijk wordt gehouden voor de ‘radicalisering van de islam’. Dit heeft Parijs er echter nooit van weerhouden om volop gesofisticeerde wapens te verkopen aan Saoedi-Arabië, de voornaamste verspreider van het wahhabisme.

Evenzo houdt het Élysée nooit op zijn militaire bondgenoten in de strijd te waarschuwen voor de risico’s van destabilisering van de ‘crisisboog’ die, zijn oorsprong vindt in het Midden-Oosten, en de hele Sahel-gordel in Afrika zou kunnen treffen en waarschijnlijk ook zou overslaan naar Europa.

Het Franse leger kwam tot nu toe echter alleen tussen in vijf landen van de westelijke Sahel, allemaal Franstalige landen en door middel van de historische defensieovereenkomsten nauw verbonden met Parijs.

Franse militairen controleren van ‘terrorisme’ verdachte personen in de buurt van Gao, juni 2017 (foto: beeld uit een reportage van France3).

Het gewicht van de terroristische dreiging

Op 13 januari 2020, in aanwezigheid van de staatshoofden van Mali, Tsjaad, Niger, Burkina Faso en Mauritanië, heeft president Emmanuel Macron, op de persconferentie na de top van Pau, in dit opzicht belangrijke woorden gesproken. Hij bleef de “oorlog tegen gewapende terroristische groeperingen” verdedigen als een “internationale beweging […] die we ook in het Midden-Oosten bestrijden, omdat we goed weten dat de dreiging die ervan uitgaat nooit lokaal blijft”. Hij voegde eraan toe: “De banden met de dreiging in Libië en rond het Tsjaadmeer zijn er gelegd”.

De persconferentie van Pau zou echter eindigen zonder iets concreets over dit onderwerp te specificeren. Macron nam op zijn eigenwijze gewoonte het discours over van de “mondiale realiteit van de jihadistische dreiging”. Dat was precies de kritiek die sommige Franse hoge militairen eerder al hadden geuit op de houding van minister van Defensie Jean-Yves Le Drian.

De lokale Malinese dynamiek, die de gedreven voortzetting van de vijandelijkheden en de veerkracht van de opstandelingen verklaart, werd zo compleet verdoezeld: de corruptie van de lokale strijdkrachten, het grootschalige misbruik waaraan troepen zich vaak schuldig maken, de aanwezigheid van paramilitaire milities, enz.

Het is nu eenmaal gemakkelijker om het jihadistische probleem in de schoenen van ‘buitenlandse agenten’ te schuiven dan publiekelijk het disfunctioneren van de bondgenoten van Frankrijk in de Sahel-gordel te moeten erkennen.

Acht jaar na de start van Opération Serval in Mali is de strijd tegen het terrorisme in de Sahel daarom compleet vastgelopen in het zand van de Sahara. De strijd is er lokaal verweven in een meervoudige afrekening van persoonlijke en gemeenschapsbelangen over bijvoorbeeld de toegang tot schaarser wordend vruchtbaar landbouwland, waterputten en de gebieden voor de transhumance van het vee.

De misverstanden worden met de dag groter omdat de belangen van de lokale bevolking niet stroken met de perceptie van ‘veiligheid’ en ‘conflictgebieden’ van de lokale elite en hun buitenlandse bondgenoten.

Vanuit het oogpunt van de stedelingen van Tombouctou bijvoorbeeld, ligt de Sahel in het noorden. Voor de nomaden die hun kuddes ook op Algerijns grondgebied laten grazen, is het daarentegen in het zuiden. De Sahel blijkt dus een onvindbare ruimte te zijn waar het Franse leger nu naar zijn kompas zoekt.

Marc-Antoine Pérouse de Montclos

Marc-Antoine Pérouse de Montclos is onderzoeksdirecteur bij het Institut de recherche pour le développement (IRD) in Parijs.

(Vertaling uit het Frans door Jan Van Criekinge)

Vertaling van het oorspronkelijke opiniestuk ‘Sahel : l’armée française s’ensable’ dat op 13 januari 2021 verscheen op de website van ‘Jeune Afrique’: https://www.jeuneafrique.com/1102755/politique/tribune-sahel-larmee-francaise-sensable/

Meer lezen over de Franse militaire aanwezigheid in Mali en de Sahel:

– Sahel : la France envoie 600 soldats supplémentaires pour renforcer l’opération Barkhane https://www.jeuneafrique.com/890333/politique/sahel-la-france-envoie-600-soldats-supplementaires-pour-renforcer-loperation-barkhane/

– Sahel : Barkhane, ses résultats opérationnels et ses nouveaux défis https://www.jeuneafrique.com/879742/politique/tribune-sahel-barkhane-ses-resultats-operationnels-et-ses-nouveaux-defis/

– Soupçons de bavures de l’armée française au Mali : où est la vérité ? https://www.jeuneafrique.com/1103402/politique/carte-soupcons-de-bavures-de-larmee-francaise-au-mali-ou-est-la-verite/

– Exclu – Bavure au Mali : la responsabilité de l’armée française dans la mort d’un enfant se confirme https://www.jeuneafrique.com/392503/politique/bavure-mali-responsabilite-de-larmee-francaise-mort-dun-enfant-se-confirme/

– Sahel: End Abuses in Counterterrorism Operations – International Coalition Should Commit to Protecting Civilians, Detainees (HRW) https://www.hrw.org/news/2021/02/13/sahel-end-abuses-counterterrorism-operations

.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *