Webinar over beeldvorming en kolonisatie met Nadia Nsayi

Op zaterdag 23 januari organiseerde CIMICvzw haar eerste webinar. Een uiterst actueel onderwerp en een interessante spreekster lokten vele belangstellenden, maar helaas kon niet iedereen die dat graag had gewild zich vrijmaken op een zaterdagmorgen. Daarom deze uitgebreide bijdrage.

Inleiding tot het webinar door Jan Van Criekinge, moderator

In 2020 werden we niet alleen met de neus op de harde realiteit van een wereldwijde gezondheidscrisis gedrukt, maar ook met een vernieuwde burgerrechtenbeweging van zwarte Amerikanen (Black Lives Matter) die overal veel weerklank vond, ook bij ons.

Er kwamen manifestaties waarbij koloniale standbeelden in de publieke belangstelling kwamen en de kop van jut werden van activisten. Vorig jaar werd ook 60 jaar onafhankelijkheid ‘gevierd’ van de grootste Belgische kolonie, Congo. Dat kwam allemaal samen en kreeg weer aandacht. 60 jaar na de formele dekolonisatie van Belgisch-Congo, stonden begrippen als ‘kolonisatie’ en ‘dekolonisatie’ vooraan in de media.

De kolonialistische visie in Europa kende haar hoogtepunt in de tweede helft van de 19de eeuw en vond haar legitimering in de cultureel-wetenschappelijke evolutie die Europa als ‘superieur’ naar voren bracht. Zeker met de technologische vernieuwingen aan het eind van 19de eeuw leek het voor veel Europeanen vanzelfsprekend dat het Europese continent superieur was in vergelijking met de rest van de wereld.

Vooral de wedloop om Afrika, die een direct gevolg was van de Conferentie van Berlijn (1884-85), leidt tot vestiging van Europese koloniale imperia. Dat komt allemaal in een stroomversnelling terecht. Nooit eerder was een heel continent (het Afrikaanse) op nauwelijks 20 jaar tijd volledig onder controle gekomen van Europa. Wat de Afrikanen daar zelf van vonden, kwam niet eens op in de hoofden van de Europese veroveraars. Toch waren die gekoloniseerden zeker geen willoze slachtoffers zoals ze dikwijls werden voorgesteld. Overal in Afrika deden zich allerlei revoltes – al dan niet gewelddadig – voor, opstanden in het algemeen waardoor duidelijk bleek dat de gekoloniseerden niet goedschiks over zich heen lieten lopen en dat er al snel hoop ontstond op een vernieuwde onafhankelijkheid.

Nu ruim 60 jaar geleden, in 1960, het fameuze jaar van Afrika, werden – juridisch gezien – vele landen van Afrika onafhankelijk en was ‘dekolonisatie’ als zodanig een feit. Dat betekent dat een land zijn politieke onafhankelijkheid heeft verworven en geen kolonie meer is.

Maar helaas, neokoloniale bemoeienissen lieten – zoals we weten – een heel ander beeld zien.

Economische belangen van Europese bedrijven in Afrika werden veiliggesteld. Op zondag 17 januari hebben we de moord op Patrice Lumumba herdacht. Het was een triest dieptepunt van de Belgische neokoloniale bemoeienissen in Congo.

In heel die emotioneel geladen discussie over standbeelden die vorig jaar losbarstte, blijkt dat we allesbehalve klaar zijn met ons onverwerkte koloniale verleden. De dekolonisatie van de geesten is nog maar net begonnen, zou je kunnen zeggen.

Er is dus nog heel veel werk, en het is duidelijk geworden dat met ‘dekolonisatie’ veel meer wordt bedoeld dan alleen de formele onafhankelijkheid van de kolonie. Meer en meer gaat de aandacht nu uit naar de continuïteit die er is tussen beeldvorming uit die koloniale tijd en onze hedendaagse complexe en superdiverse samenleving, waarin neokoloniale uitbuiting, superioriteitsdenken, racisme, restitutie van roofkunst, enz, aspecten zijn die niet uit de weg mogen worden gegaan.

We hebben dat ook gezien in de discussies over het vernieuwde AfricaMuseum in Tervuren. We zien dat ‘dekolonisatie’ een lang proces is dat van alle betrokkenen heel veel tijd en moeite vraagt en waar we echt moeten aan werken om eraan te kunnen beantwoorden.

Interculturele dialoog is meer dan ooit noodzakelijk om zonder vooroordelen of stereotypen te leren denken, naar ons verleden kritisch te kijken, maar ook en vooral om het verleden te gebruiken om naar een betere toekomst voor iedereen te kunnen streven.

Dat zijn doelstellingen waar CIMIC altijd voor gestaan heeft. En dat is ook de bedoeling van dit webinar.

Als spreker hebben we Nadia Nsayi uitgenodigd. Zij is bekend geworden voor haar visie op beeldvorming en dekolonisatie. Ze is politicologe, gespecialiseerd in Congo, ze was 10 jaar lang beleidsmedewerker bij de NGO Broederlijk Delen en ook bij de vredesbeweging Pax Christi Vlaanderen.

Sinds 2019 werkt ze bij het MAS (Museum aan de Stroom, Antwerpen). Daar is ze curator beeldvorming en nu ook co-curator bij de expo ‘100 x Congo’, die verlengd wordt tot in september. Vorig jaar is haar eerste boek verschenen ‘Dochter van de dekolonisatie’ (EPO). Zij zal ons door dit uiterst boeiende thema van de dekolonisatie loodsen.

Nadia Nsayi is curator beeldvorming bij het MAS (foto: Broederlijk Delen).

Nadia Nsayi: “Word je bewust van je blinde vlekken en je eigen referentiekaders!”

EERSTE DEEL: De koloniale beeldvorming

Ik zal niet ingaan op de hele historische context van de kolonisatie, van Leopold II, de Onafhankelijke Congostaat en daarna Belgisch-Congo. In het eerste deel ligt de focus op koloniale beeldvorming van zwarte mensen (in het geval van België ging dat meestal over Congolezen, maar ook Rwandezen en Burundezen).

Het tweede deel gaat over postkoloniale beeldvorming. In welke mate is de beeldvorming rond mensen met een donkere huidskleur geëvolueerd.

Ik ben in 2019 begonnen als curator beeldvorming, maar ik heb er ook zelf een grote persoonlijke interesse in. Ik geloof heel sterk dat beeldvorming een impact kan hebben op hoe wij denken, hoe wij naar mensen en naar onszelf kijken, en hoe we ons op een bepaald moment gaan gedragen ten aanzien van andere mensen en bepaalde gebeurtenissen.

Dit beeld als affiche voor de expo verwijst naar een tv-interview dat heeft plaatsgevonden n.a.v. de opening van de expo in oktober vorig jaar. Een journaliste van ‘kleur’ van de Antwerpse regionale omroep (ATV) stelde één van onze gidsen vragen over de expo.

Beeldvorming

Beelden

Het gaat erom dat we op een of andere manier, door een bepaald denkproces, bepaalde mensen, gebeurtenissen en woorden gaan koppelen aan beelden. Als ik het woord ‘Congo’ uitspreek, roept dat spontaan woorden op als ‘Leopold II’, ‘rubber’, ‘vrouwen die verkracht worden’, ‘conflicten’. Die reacties komen ook ergens vandaan omdat mensen overspoeld worden met heel veel informatie via media, via boeken, via onderwijs. Al die informatie gaat op een gegeven ogenblik bepalen hoe we kijken naar de werkelijkheid en hoe we landen of bevolkingsgroepen op een enge manier gaan bekijken.

Creatie / vorming

Als ik zou vragen waaraan je denkt als ik het woord ‘moslims’ uitspreek, dan zouden mensen daar misschien een heel negatieve beeldvorming aan koppelen omdat ze overspoeld worden door bepaalde beelden in de media. Dat zijn beelden die op een heel actieve en creatieve manier kunnen worden gevormd. Dat zijn geen onschuldige zaken. Beeldvorming is niet onschuldig en onbewust. Ze wordt op een heel bewuste manier gecreëerd en gevormd om mensen te beïnvloeden in hun manier van denken.

Beeldvorming kan gefocust zijn op individuen en instituties. Ze kan op een actieve manier worden gepresenteerd. Zo zie je bijvoorbeeld dat men in het onderwijs in de koloniale periode geprobeerd heeft om een positief beeld te creëren van het hele koloniale project. Beeldvorming is niet onschuldig. Ze heeft een impact op hoe wij denken. Bepaalde beelden krijgen een plaats in onze geesten en het gebeurt zelfs dat beeldvorming een impact kan hebben op hoe wij ons gedragen en hoe we mensen gaan behandelen. Het gevaar van beeldvorming en koloniale beeldvorming of foute beeldvorming tout court, is dat ze kan gestoeld zijn op stereotypes. Dat kan weer leiden tot vooroordelen.

In alle culturen heb je stereotypes en vooroordelen. Het is niet iets dat eigen is aan witte samenlevingen, het Westen of Europa. Interessant is dat die stereotypes en vooroordelen kunnen leiden tot gedrag en handelingen van discriminatie. Daar moeten we heel waakzaam voor zijn. Wanneer vooroordelen en stereotypes leiden tot uitsluiting en discriminatie (bijvoorbeeld op basis van religie, etnisch-culturele afkomst, enz.) wordt het erg problematisch, want mensen worden uitgesloten en ze hebben geen gelijke kansen.

Koloniale periode

Als we nu kijken naar dat koloniale verleden is het goed om ons bewust te zijn van een aantal zaken. Tijdens het koloniale project gaat België een heel actieve koloniale propaganda voeren. Dat was een manier om een draagvlak te vinden voor dat project. Ze gaat gepaard met racistische beeldvorming, want kolonisatie is inherent ook verbonden met racisme en omgekeerd. Men schept een wereldbeeld waarbij Europa superieur is en andere continenten bevolkt worden door mensen die zogezegd inferieur zijn. Een wereldbeeld dat ervan uitgaat dat er witte superioriteit en zwarte inferioriteit is.

De propaganda werd op diverse manieren via onderwijs, de kerk(en) en de media verspreid. België had zelfs een officiële propagandamachine: ‘Inforcongo’. Het koloniale bestuur wilde het beeld creëren van de kolonisatie als iets dat nodig was ‘om mensen te beschaven’. Als zwarte volkeren van Congo ‘primitief’ zijn, ‘minder ontwikkeld’, of ‘niet beschaafd’ dan moeten ze worden geholpen door de witte mensen, meer specifiek door de Belgen om te evolueren naar meer mens zijn. Die koloniale logica en de strakke raciale opdeling van de bevolking in de kolonie leidt ook op het terrein tot raciale discriminatie op diverse vlakken.

Bijvoorbeeld op het vlak van bestuur. De witte mensen besturen en hebben de macht in handen. Zij bekleden hoge posities. De macht ligt bij de regering en specifiek bij de minister van Koloniën. Hij bestuurt Congo en later (na WO I) komen daar ook Rwanda en Burundi bij. Alle bestuursambtenaren in de kolonie (gouverneurs, districtscommissarissen, enz) zijn witte mensen.

Je ziet dat ook in het onderwijs. België heeft heel bewust gekozen om de zwarte bevolking geen toegang te geven tot hoger onderwijs. Men heeft heel sterk geïnvesteerd in basisonderwijs. Mensen konden wel leren lezen en schrijven, maar dat was veeleer om hen te kunnen bekeren tot het christendom. Hen toegang geven tot hoger onderwijs, zeker universitair onderwijs, is pas heel laat gekomen. Men wilde de Congolezen niet laten emanciperen.

Ook in de huisvesting zie je dat. Zwarten woonden in de minder goede wijken. De witte mensen leefden in de stadscentra, in de betere wijken, terwijl de zwarten in de cités moesten wonen.

Congolezen waren de goedkope werkkrachten. Ze werden ingezet in de mijnen, op de plantages, bij de aanleg van wegen en spoorwegen. Men bekijkt hen als mensen die in het beste geval dwangarbeiders zijn. In het slechtste geval slaven (zeker in de periode onder Leopold II). Die raciale discriminatie gaat zelfs door op het niveau van persoonlijke relaties. Ik ben zelf het product van een Congolese moeder en een Belgisch-Congolese vader. Vader was een ‘gemengd kind’, geboren in de kolonie. Zijn moeder was Congolees, zijn vader was een Belg, een koloniaal.

De koloniale overheid had het moeilijk met relaties tussen witte mannen en Congolese vrouwen. Men heeft dat willen verhinderen. Trouwen was vrijwel onmogelijk. Het was niet verboden, maar in de praktijk erg moeilijk. Er was dus een soort ‘apartheid’ in de kolonie, zoals in Zuid-Afrika.

Wereldtentoonstelling in Antwerpen (1894): een ‘zoo humain’ met Congolezen in een nagebouwd fictief dorp (foto: MAS).

Die koloniale propaganda heeft een grote impact gehad in Congo. Ik vind dat daar uiteraard ook een debat over dekolonisatie moet plaatsvinden (60 jaar na de formele politieke onafhankelijkheid). Maar bij ons is het ook interessant om een debat te voeren over dekolonisatie omdat de Belgische samenleving een zwaar, onverwerkt koloniaal verleden met zich meedraagt.

In de expo in het MAS is er dan ook veel aandacht voor de beeldvorming. We beginnen de beeldvorming in de 16e-17deeeuw, ruim vóór de kolonisatie. Dat is een heel bewuste keuze. Vóór de kolonisatie had je uiteraard ook beeldvorming, maar die was niet altijd problematisch. Antwerpse meesters als Rubens hebben zwarte mensen vaak geportretteerd op een niet stereotype manier. Vanaf het moment dat de kolonisatie in Afrika begint, gaat de beeldvorming sterk veranderen. We kunnen dat aantonen aan de hand van de wereldtentoonstellingen.

Europese landen organiseerden wereldtentoonstellingen vanaf het midden van de 19de eeuw om hun zogezegde suprematie te kunnen tonen: ze zijn vooruitstrevend en technologisch ontwikkeld. Ze willen de grootsheid van de Europese natiestaten presenteren aan het Europese publiek. In1885 organiseerde Antwerpen de eerste Belgische wereldtentoonstelling (op het ‘Zuid’). Bij die gelegenheid werd er een heus Congolees dorp nagebouwd, een ‘zoo humain’. Congolezen werden er als dieren aan het publiek tentoongesteld.

De tweede wereldtentoonstelling vond plaats in Antwerpen in 1894in de buurt waar nu het Museum voor Schone Kunsten staat. Ook daar werd een volledig Congolees dorp nagebouwd. Wereldtentoonstellingen hadden een geweldige impact op de beeldvorming.

In scène gezet groepsportret van Congolese ‘krijgers’ op de Antwerpse wereldtentoonstelling van 1894 (foto: MAS).

Meer dan 2 miljoen mensen kwamen kijken naar het Afrikaanse dorp en zijn bewoners. De propaganda wou daarmee aan mensen die geen enkel benul hadden van wat Afrika betekende, tonen hoe Afrikaanse volkeren leefden. Congolezen zijn ‘primitief’, want ze wonen in ‘hutten’. Er werd niet uitgelegd dat deze woningvorm paste bij het tropische klimaat. Vanuit Europa keek men denigrerend neer op hutten, want dat duidde op armoede, achtergesteld zijn, niet ontwikkeld zijn, enz.

We gebruiken het woord ‘mensenzoo’ bewust omdat we het onmenselijke karakter willen meegeven van de manier waarop de Congolezen destijds ‘ten toon’ zijn gesteld.

We hebben in het MAS ook (niet tentoongestelde) foto’s van zwarte vrouwen die gekleed waren, maar een deel van hun kleding naar beneden moesten doen om met naakt bovenlichaam te poseren. Het dehumaniseren van mensen maakte deel uit van het koloniaal project.

Op deze foto van een missiespaarpot (foto: MAS) zie je hoe het ‘negertje’ tranen in de ogen heeft en ‘dank u’ knikt als je er een muntje in stopt. Dergelijke beeldjes stonden in Vlaanderen jarenlang op de toonbank van vele winkels. Missionarissen zamelden zo geld in voor de ‘arme zwartjes’.

VRAGEN bij het eerste deel

‘Enthousiaste’ ontvangst van schrijver Jef Geeraerts in Congo in 2010 (VRT).

Terugblikkend naar het VRT-beeldfragment uit 2010 n.a.v. de ‘terugkeer’ van Jef Geeraerts naar Congo in de streek waar hij ooit koloniaal gewestbeheerder was (zie: https://www.youtube.com/watch?app=desktop&v=Rxkir8u6rhg ).

“Ik vind het jammer dat er geen tegenverhaal wordt gebracht. Geeraerts wordt in de tv-uitzending totaal niet tegengesproken door de journalisten. De VRT had ook beter een andere stem kunnen uitnodigen. Jef Geeraerts heeft een staatsprijs gekregen en werd algemeen erkend als een grote Vlaamse schrijver… maar hier wordt hij opgevoerd als iemand die iets belangrijks te vertellen had over het koloniale verleden. 50 jaar na de onafhankelijkheid krijgt hij een forum op de openbare omroep. Ik vind dat heel problematisch.”

Vraag: Kon een zwarte man met een witte vrouw een relatie aangaan in de kolonie?

“Ik heb daarover geen informatie gevonden. Een relatie van een zwarte man met een Belgische vrouw ben ik niet tegengekomen. Uiteraard wel verhalen over verkrachtingen, vooral tijdens de onafhankelijkheidsstrijd. Na de onafhankelijkheid kwam dat natuurlijk wel voor. Er waren ook wel zwarte mannen die naar België reisden en daar een relatie met een Belgische vrouw aangingen.”

Vraag: Was er tijdens de koloniale periode al protest tegen de beeldvorming?

“In Belgisch-Congo heerste een heel andere context. Nu hebben we sociale media, tv, kranten, enz. Maar, ja, er was wel verzet. Het is niet zo dat de Congolezen passief hebben zitten afwachten. Er is verzet geweest. Ik ben zelf het kleinkind van iemand die afkomstig is van een bevolkingsgroep (via mijn grootvader) uit het noorden van de Evenaarsprovincie. Zijn bevolkingsgroep heeft zich verzet tegen de kolonisatie en heeft er een zware prijs voor betaald. Het verhaal van verzet komt meestal niet aan bod in het koloniale verhaal. Het is naar de zijlijn verdrongen alsof dat niet bestond.

Er is ook verzet geweest van de kant van sommige kolonialen. Zelfs officieren waren het niet altijd eens met het koloniale gezag. Binnen het koloniale systeem waren er zeker individuen die de praktijken van de kolonisatie in vraag hebben gesteld. In de kerk, in de administratie en in het leger.”

Vraag: Alle culturen kennen stereotypen en beeldvorming. Zit er ook geen klassendenken bij sommige Afrikanen?

“Even terugkomen op de drie termen die ik heb gebruikt: stereotypen – vooroordelen – discriminatie. Die zie je inderdaad in heel veel culturen terugkomen! Ook in de Congolese cultuur: tegenover witte mensen, het onderscheid dat al snel werd gemaakt tussen Vlamingen en Walen, enz.

Maar als het gaat over de structurele discriminatie, die is verbonden met de witte suprematie. Zijn er voorbeelden van landen in de wereld waar mensen structureel gediscrimineerd worden omdat ze wit zijn? In Congo zorgt het feit dat je wit bent automatisch voor een voorkeursbehandeling. Dat zegt ook iets over de koloniale structuren die nog voortleven in de geesten. Als het gaat over structureel racisme: dat is toch verbonden met witte superioriteit en suprematie.”

“Ja, dat klassendenken heeft ook te maken met de kolonisatie. In de Congolese context was er het statuut van évolué. Zwarten die een ‘hoger’ sociaal statuut konden verwerven door zoveel mogelijk te gaan leven zoals de witten. Daardoor kregen ze een soort ‘beschavingskaart’. Het was een poging om in de Congolese samenleving een ‘geëvolueerde klasse’ te creëren, die toegang had tot bepaalde privileges. De gewone mensen hadden die toegang niet. Dat heeft tot op vandaag een impact. De manier waarop Afrikaanse leiders vaak kijken naar de bevolking is daar een voorbeeld van. Het is belangrijk alle vormen van ongelijkheid te benoemen. Het gaat daarbij ook om ‘gender’ en ‘klasse’.”

TWEEDE DEEL: beeldvorming in de postkoloniale periode van na 1960

Het onafhankelijkheidsproces in Afrika begon net na WO II. Landen in Noord-Afrika ‘verkregen’ als eerste hun onafhankelijkheid. Later, eind jaren vijftig, kwam ook Sub-Sahara Afrika aan de beurt, bijvoorbeeld Ghana in 1957. Maar dat betekende niet dat meteen de dekolonisatie begon.

Tot op vandaag worden Afrikaanse landen geconfronteerd met de zware erfenis van de kolonisatie. De beeldvorming is van generatie op generatie doorgegeven via onderwijs, media en de verhalen van thuis. Die beeldvorming is natuurlijk niet meer zo expliciet als in de koloniale periode, maar ze is nog aanwezig.

We kunnen zelfs spreken van een nieuwe vorm van beeldvorming: neokoloniale beeldvorming en stereotypering van zwarte mensen. Dat zien we in de media, het onderwijs, de musea en de ontwikkelingssector.

We kunnen voorbeelden geven uit de jaren 60, 70, 80, 90 en daarna.

Ik beperk me hier tot enkele populaire series op de openbare omroep.

‘In de Gloria: Gilbert de Leeuw’ (2000), een satirisch programma van Woestijnvis (VRT). Een witte journalist gaat op bezoek bij Gilbert de Leeuw in Roeselare. We krijgen een opeenstapeling van allerlei clichés over Afrika en zwarte mensen. Zou dat vandaag nog kunnen? Misschien niet, misschien ook wel. Het is uiteraard satire. Maar hoe gaan sommige journalisten vandaag nog te werk in hun verslaggeving over Afrika? (zie videofragment: https://www.youtube.com/watch?v=_D2rDLjtmZE ).

 Een beeld uit de populaire tv-serie FC De Kampioenen uit 2002 (VRT).
  • ‘FC De Kampioenen: Kamer te huur’ (2002). Een zwarte man uit Kameroen is op zoek naar een kamer. Hij krijgt er geen bij Balthasar Boma, maar wel bij Pascale, de eigenares van het Kampioenen-café. Het programma is nog altijd razend populair op de VRT (b.v. één miljoen kijkers voor een herhaling in december 2020). 20 jaar lang was het een topper op zaterdagavond. In deze aflevering worden de stereotypes echter problematisch. Je ziet verschillende vrouwen, tussen hen is er geen dominant beeld. Op het moment dat er een zwarte persoon meespeelt, wordt die op een heel stereotype manier voorgesteld. Interessant is dat 20 jaar later de VRT enkele afleveringen van de serie weer uitzendt, maar deze aflevering mag niet meer vertoond worden. Ketnet heeft aan kinderen uitgelegd waarom. Dat is echter niet gebeurd voor de volwassen kijkers. Interessant om te zien hoe we als samenleving geëvolueerd zijn op dit vlak (zie videofragment: https://www.youtube.com/watch?v=hDhmqNtrmr0 ).
  • Zeker in duidingsprogramma’s zou je 50 jaar na de onafhankelijkheid mogen verwachten dat er anders naar zwarte mensen wordt gekeken. Ik was echt geschrokken van het racisme dat Jef Geeraerts in de tv-studio kon etaleren. Er is nauwelijks reactie op gekomen. Alleen Bambi Ceuppens (AfricaMuseum Tervuren) heeft ertegen gereageerd. Maar de samenleving als geheel vond zoiets eigenlijk normaal. Dat is toch vreemd, niet?

  • Maar ook NGO-campagnes gaan op dit vlak niet vrijuit. Hier zien we een campagne-affiche van Broederlijk Delen uit 2013: ‘Geef Molly een kans, … en stop de honger’ (Oeganda). Het beeld doet een appel aan de Vlaming om te doneren tegen de honger. Is dit de manier waarop we zwarte mensen willen voorstellen? (zie campagnevideo: https://www.youtube.com/watch?v=scE4JXIxNaM ).

Conclusie en tips

Het is altijd belangrijk om aandacht te hebben voor beeldvorming. Die is niet onschuldig en het vraagt een bewustwording en een bewustwordingsproces.

1. We werden zodanig lang blootgesteld aan problematische beeldvorming (als het gaat om zwarte mensen of moslims) dat we deze voorstellingen als een evidentie gaan absorberen. Een oproep: laat ons kritischer zijn in de sectoren waarin we werken: museum, onderwijs, media, enz.

Bewust zijn van de erfenis die we meedragen uit het koloniale verleden is uitermate belangrijk. We hebben bij het MAS een onderwijspakket ontwikkeld voor het secundair onderwijs. Er bestaat ook een digitale rondleiding om stil te staan bij koloniale en postkoloniale beeldvorming en er is ook aandacht voor goede voorbeelden. De affiche bij ‘100 x Congo’ toont een neutraal beeld. ATV had evengoed een witte journalist kunnen sturen. We hadden ook alleen kunnen werken met witte gidsen. Dat hebben we bewust niet gedaan.

2. We moeten ons ervan bewust zijn dat beeldvorming ons denken en handelen kan beïnvloeden. Het kan leiden tot discriminatie. Als mensen te lang worden blootgesteld aan stereotype beeldvorming gaan ze zich ook zo gedragen.

Als je constant hoort dat moslims (die maar 6 tot 7 procent van onze samenleving uitmaken) ons domineren, dat ze een (te) grote groep vormen, dat ze gewelddadige terroristen zijn, dan worden mensen bang. Als we werk willen maken van gelijke kansen, moeten we daar iets aan doen.

3. Het is tijd om neokoloniale beeldvorming en de dominantie van racistische stereotypes te doorbreken. Zeker voor een openbare omroep als de VRT is dat erg belangrijk. Als men ‘mensen van kleur’ wil binnenbrengen in populaire series (bijvoorbeeld ‘Thuis’), in milieus waar maar weinig diversiteit aanwezig is, mag je dat niet doen op een stereotype manier.

4. Durf te kiezen voor vernieuwende beeldvorming.

ATV kwam een reportage over de opening van de expo in het MAS maken. Die werd een week lang uitgezonden. Dat heeft invloed. Ik heb bijvoorbeeld positieve reacties gekregen van jongeren van Afrikaanse origine. Het is een kleine stap voor het museum, maar de beeldvorming door ATV kan een positieve invloed hebben op een grote groep.

We hameren op het belang om de eigen blinde vlekken te durven erkennen. Het vraagt moed en ook politiek draagvlak.

Contact opnemen met Nadia Nsayi kan via:

nadia.nsayi@antwerpen.be

www.mas.be

Vragen over het tweede deel van het webinar

Vraag: Bij verslaggeving over Afrika gaat het nog vaak over hongersnoden, dictators, corruptie, … hoe kunnen we ook de meer positieve gebeurtenissen in Afrika aan de orde brengen?

“Ik spreek niet in termen van positief of negatief nieuws. Belangrijk is de realiteit. Afrika is geen land. Het is een continent met meer dan 50 landen. Er is een ongelooflijke diversiteit aanwezig. Die complexiteit en diversiteit moet ook worden weergegeven in de berichtgeving. Er zijn nu eenmaal staatsgrepen, er heerst hongersnood, corruptie, er zijn klimaatproblemen, enz. maar we moeten ons ervan bewust zijn dat we een te eng beeld creëren als we constant stereotypes gaan herhalen. Afrika heeft recht om op een diverse manier en vanuit verschillende invalshoeken in beeld gebracht te worden.”

“Men gaat bijvoorbeeld nog aan Belgische expats in Afrika vragen hoe zij corona beleven! We hebben meerstemmigheid nodig. De problemen moeten aan bod komen, maar Afrika is natuurlijk veel meer dan alleen ‘problemen’. Er zijn te veel ‘andere’ verhalen die geen ruimte krijgen in onze media.”

Vraag: We leven hier in een superdiverse samenleving met subculturen en veel diversiteit. Mensen komen veel in contact met andere culturen, maar gaat dat automatisch de stereotypen en vooroordelen wegnemen? Wat moeten we doen?

“Het is goed om de vraag te stellen: waar kom ik in contact met mensen die een andere religie of een andere culturele achtergrond hebben? Op het werk? In mijn buurt? In mijn familie? In welke mate is onze leef- of werkomgeving echt divers? Zeer veel organisaties zijn nog steeds erg wit. Ik bedoel ook de witte denktrant of het wit referentiekader.”

“Jobs worden ingevuld met dezelfde profielen: witte huidskleur, hoog opgeleid, bepaalde sociale klasse, enz. Het is een grote uitdaging om onze arbeidsmarkt diverser te maken, een afspiegeling van de omgeving waarin we leven. Dat zijn lange processen. Ook als individu kun je op zoek gaan naar een meer diverse context, naar mensen met een andere religie en ermee in gesprek gaan. Hoe vaak mogen moslims iets zeggen over hun eigen religie? Elkaar beter leren kennen, leidt tot meer empathie en een betere samenleving.”

“Hét grote probleem is onwetendheid. Mensen laten zich onbewust beïnvloeden door een beeldvorming die gecreëerd werd. Er zijn initiatieven nodig om mensen elkaar te laten ontmoeten en om samen in gesprek te treden op een oprechte manier. Luisteren is een belangrijke stap. Beter samenleven betekent ook compromissen sluiten. ‘Aanpassen’ is geen eenrichtingsverkeer. We passen ons in feite elke dag aan elkaar aan. Dat ligt gevoelig. Integratie wordt immers gezien als: de nieuwkomers komen naar hier en ze moeten zich aanpassen.”

Vraag: Wat is de impact van de sociale media op de manier waarop we vandaag denken over ‘anderen’? Blijven jongeren niet erg sterk in hun eigen ‘bubbel’ van gelijkgezinden hangen? Wat is het gevolg ervan op beeldvorming?

“Facebook en alle sociale media hebben ook voordelen. Je kunt zo nieuwe allianties creëren, in binnen- en buitenland. Er kunnen burgerbewegingen ontstaan. Maar natuurlijk zijn er ook nadelen: wie je ‘vrienden’ zijn en wat je ‘likete’ bepalen hoe je bubbel er zal uitzien. Ik volg bewust de voorzitters van alle politieke partijen, ook de extreemrechtse. ‘Liken’ (en een duimpje opsteken) wil daarom niet zeggen dat ik het eens ben. Het is een manier om te volgen wat iemand als Van Grieken of Van Langenhove zegt. Als ik alleen maar mensen zou ‘liken’ met wie ik ideologisch iets deel, ja, dan ga ik snel een bubbel creëren en dan krijg je maar één aspect van een verhaal te zien.”

“Jonge mensen lezen niet meer altijd kranten. Ze volgen enkele aspecten van het nieuws via sociale media en beperken zich dikwijls tot een aansprekende of spectaculaire titel of foto. Uitgebreide en genuanceerde digitale artikels zijn niet voor iedereen toegankelijk. Zo verzeil je snel in polarisatie. (Nadia refereert naar een artikel in De Morgen dat alleen voor abonnees was. Wat voor niet-abonnees overbleef was de titel: ‘Alle witte mannen zijn racisten’). Mediakanalen moeten hun verantwoordelijkheid opnemen. Burgers moeten correct geïnformeerd worden. Dat wil zeggen toegang hebben tot degelijke informatie en het recht hebben om een eigen mening op te bouwen. Sociale media mogen ook wel ludiek zijn, maar eigenlijk zijn ze geen goed middel om de actualiteit op een kwaliteitsvolle manier te volgen. Je wordt op een te oppervlakkige manier geconfronteerd met een zeer complexe werkelijkheid.”

Vraag: Wat met de dekolonisering van de geesten… aan beide kanten, in Europa en Afrika? Was er ook geen interiorisering van het koloniale denken bij de gekoloniseerden? Is de tijd al rijp om naar een proces van ‘waarheid en verzoening’ te streven?

“Zoals we denken, gedragen we ons ook. Daarom is de dekolonisering van de geesten zo belangrijk. Dekolonisatie is een collectief proces, maar ook een individueel proces. Als je dit niet individueel aangaat, zal het heel moeilijk zijn om je gedrag aan te passen.”

“Ikzelf zit ook nog in een dekolonisatieproces. Ik ben ook een product van de koloniale propaganda, zowel in de Congolese context als in de Belgische.

Ik raad aan: boeken lezen! Nieuwe boeken lezen, ook van onbekende auteurs. Wereldoorlogen niet alleen bekijken vanuit een Europees perspectief! Ook de verhalen van de andere kant tellen mee. Hoe hebben bijvoorbeeld Marokkanen of Congolezen die Wereldoorlogen beleefd? ‘Kinderen van de kolonie’ is bijvoorbeeld een heel interessante tv-reeks met oog voor de meerstemmigheid.”

“Probeer lezingen bij te wonen. N.a.v. de protesten zijn er vorig jaar boekenlijsten gemaakt, die je kunt raadplegen. Er is echt geen excuus meer om te zeggen: waar kan ik naartoe voor informatie?”

“Maar het allereerste is: word je bewust van je blinde vlekken en je eigen referentiekaders. Dat vraagt een zekere openheid, mensen mogen niet in hun eigen gelijk blijven zitten. Durf te erkennen: ik ben in een bepaalde context opgegroeid, ik draag dus een zekere erfenis met mij mee, maar ik ga mij inzetten om toegang te hebben tot nieuwe en vernieuwende informatie.”

OPGELET: museumbezoek MAS Antwerpen

Op zondag 7 maart 2021 is er GEEN gegidst museumbezoek mogelijk aan de expo ‘100 x Congo’ in het MAS. Individuele bezoekers kunnen wel op zondagen 7, 14 en 21 maart, om 14 uur, deelnemen aan een rondleiding door de expo van anderhalf uur. Aanmelden vooraf is sterk aanbevolen, maar niet verplicht. Als er nog plaats is, kunt u mee.

Meer info en alle actuele ontwikkelingen i.v.m. coronamaatregelen op:  
https://www.mas.be/nl/100xCongo
https://www.mas.be/nl/activiteit/instaprondleiding-op-zondag

Disclaimer: deze uitgebreide tekst is gebaseerd op de lezing die Nadia Nsayi tijdens het CIMIC-webinar van zaterdag 23 januari 2021 hield. Het is evenwel geen 100 procent letterlijke weergave (dat zou immers niet erg leesbaar zijn), maar een lichtjes bewerkte en ingekorte tekst. Marc Colpaert en Jan Van Criekinge hebben de (eind)redactie op zich genomen.

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *