Kan Joe Biden eindelijk de Verenigde Staten verzoenen met het internationale strafrecht?

Door te verklaren dat een van zijn eerste beleidsdaden als president van de Verenigde Staten het opnieuw toetreden tot de klimaatovereenkomst van Parijs zou zijn, zette president Joe Biden meteen de richting uit voor de diplomatieke koers van zijn nieuwe regering.

Natuurlijk voelen de Verenigde Staten zich over het algemeen niet op hun gemak bij multilateralisme en vooral bij het internationaal recht, waarvan het basisprincipe de gelijkheid is van alle naties, groot en klein (dit principe staat als zodanig ingeschreven in het Handvest van de Verenigde Naties).

De positionering van de Verenigde Staten ten opzichte van de internationale strafrechtspleging heeft bijvoorbeeld de bijzonderheid dat er veel onduidelijkheden zijn die elk begrip vertroebelen.

Vooral onder de regering-Trump nam de relatie van Washington met het internationale strafrecht een negatieve wending zonder voorgaande. De meedogenloosheid van Donald Trump en de terugkerende dreigementen tegen het Internationaal Strafhof (International Criminal Court/Cour Pénale Internationale, ICC/CPI, gevestigd in Den Haag) en zijn personeel, onder wie procureur-generaal Fatou Bensouda, hebben inderdaad een ongebruikelijk en zelfs vreemd beeld van de Verenigde Staten geprojecteerd.

Amerikaanse onduidelijkheid over internationale strafrechtspleging

Hoewel het moeilijk is om de Verenigde Staten te verwijten dat ze zich in beginsel verzetten tegen internationale strafrechtspleging, zijn er ten minste drie belangrijke factoren van spanning van de VS ten opzichte van het ICC te identificeren:

• De dreiging die uitgaat van het concept van ‘misdaad van agressie’ (artikel 8bis van het Statuut van Rome dat aan de grondslag ligt van het ICC) met onder meer de beperking van de vrije keuze om gewapend geweld te gebruiken;

• Het risico dat manschappen van het Amerikaanse leger en andere Amerikaanse staatsburgers zich tijdens buitenlandse militaire operaties aan mogelijke internationale juridische vervolging zouden blootstellen;

• De gehechtheid aan de gerechtelijke soevereiniteit van de Verenigde Staten, dit wordt gezien als een bolwerk tegen elke externe invloed op het vlak van justitie, enz.

Het huidige gebouw van het ICC in Den Haag (foto: ICC/CPI)

Afgezien van de acties van ex-president Donald Trump, bekend om zijn briljante daden, zijn de bovengenoemde redenen structureel en rechtvaardigen ze de positie van de Amerikaanse regering in relatie tot het internationaal strafrecht, ongeacht de politieke kleur van de bewoner van het Witte Huis.

We kunnen wijzen op de sterke terughoudendheid van de regering-Clinton tijdens de onderhandelingen en de finale goedkeuring van het Statuut van Rome (in 1998). Dat statuut ligt aan de basis van het ICC. Deze jurisdictie zou immers onvermijdelijk interfereren met de handhaving van internationale vrede en veiligheid, de verantwoordelijkheid van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Bill Clinton zou pas op 31 december 2000, de laatste dag vóór de deadline voor handtekeningen en slechts een paar weken voordat hij het Witte Huis zou verlaten, het Statuut van Rome ondertekenen!

Deze ommekeer in het Amerikaanse beleid zal echter van heel korte duur zijn omdat, onder leiding van zijn Republikeinse opvolger, president George W. Bush, de VS op 6 mei 2002 zullen besluiten hun handtekening terug te trekken van de goedkeuringsacte van het Statuut van Rome. Op 2 augustus 2002 werd dan de ‘American Service-Members’ Protection Act’ goedgekeurd, een wet die vooral bedoeld is om Amerikaanse soldaten en civiel personeel vrij te stellen van elke jurisdictie onder het ICC.

Hoewel de intrekking van de ondertekening vanuit juridisch oogpunt niet bijzonder verrassend is, hebben de Verenigde Staten hun vijandigheid tegenover het ICC daarna nog veel verder opgedreven. Dit onder meer door uiteenlopende vormen van druk uit te oefenen op de staten die partij zijn bij het Statuut van Rome, variërend van economische en/of douanesancties of maatregelen in verband met militaire samenwerking.

Washington zal ook niet aarzelen om zijn toevlucht te zoeken tot op maat gemaakte bilaterale overeenkomsten met bepaalde staten die partij zijn bij het Statuut van Rome om aldus Amerikaanse staatsburgers af te beschermen van eventuele verantwoording aan het ICC.

In dezelfde periode zal Washington niet aarzelen om forse druk uit te oefenen tegen België omdat dat partnerland het had gewaagd een wet (Belgische wet van 16 juni 1993 betreffende de vervolging van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht) goed te keuren die systematisch de universele jurisdictie van Belgische rechtbanken zou erkennen bij zware mensenrechtenschendingen.

Dit principe zat eigenlijk al verankerd in veel internationale juridische instrumenten, waaronder het VN-Verdrag ter voorkoming en bestraffing van genocide uit 1948, het VN-Verdrag tegen foltering, wrede, onmenselijke en mensonterende behandeling (1984) of de vier Verdragen van Genève (1949) over het internationaal humanitair recht.

De twee ambtstermijnen van Barack Obama hebben in feite geen enkele verandering teweeggebracht in de houding van de VS over dit onderwerp!

Hoewel de Democratische regeringen onder Obama een meer verzoenende en constructieve houding tegenover het ICC hebben aangenomen, heeft dit niet noodzakelijkerwijs geleid tot de Amerikaanse ratificatie van het verdrag van deze internationale jurisdictie.

Ondanks de extravagante en steeds terugkerende dreigementen van Donald Trump tegen het ICC, die uiteraard totaal onaanvaardbaar zijn, is het Amerikaanse geschil met het ICC niet ten gronde veranderd sinds de oprichting ervan.

Naar een verzoening met Den Haag onder president Biden?

Zijn er op grond van bovenstaande argumenten echt goede redenen te verzinnen om te hopen op een fundamentele verandering in de houding van de VS tegenover het internationale strafrecht?

Zeker, de verkiezing van Joe Biden tot 46ste president, met Kamala Harris als vice-president, kan een gelegenheid zijn voor Washington om zich te verzoenen met Den Haag (waar zich de zetel van het ICC bevindt).

Maar is dit genoeg? Zelfs met de nieuwe richting die Joe Biden nu al lijkt aan te geven voor de Amerikaanse diplomatie?

Zal dit aangekondigde aggiornamento ook betrekking hebben op de internationale strafrechtspleging, in het bijzonder op de betrekkingen met het ICC? Dat heeft immers onlangs een onderzoek geopend naar de misdaden die door Amerikaanse soldaten in Afghanistan zouden zijn gepleegd, een onderzoek dat grote zorgen baart aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.

Kunnen de Verenigde Staten uiteindelijk echt weer een promotor van de internationale strafrechtspleging worden, zoals ze in het verleden zo resoluut zijn geweest?

Een staat die aanvankelijk de internationale strafrechtspleging promootte

Het is moeilijk om principiële bewijzen te vinden van verzet van de VS tegen internationale strafrechtspleging. Bovendien is het van belang vast te stellen dat de VS een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het proces van internationale strafrechtspleging bij het einde van de Tweede Wereldoorlog, met name door de oprichting van het Internationaal Militair Tribunaal (TMI), een ad hoc strafrechtbank voor de berechting van nazi-oorlogsmisdadigers in het Duitse Nürnberg.

Het is onmiskenbaar dat de ervaringen met het Internationale Tribunaal van Nürnberg en die van het gelijkaardige Tribunaal van Tokio [nvdr: voor Japanse oorlogsmisdadigers] de reflecties hebben aangewakkerd die zouden leiden tot de oprichting van het ICC.

Eerder al waren er ad hoc internationale straftribunalen (TPI) opgericht voor de oorlog in ex-Joegoslavië (1993) en voor de genocide in Rwanda (1994). Twee instellingen die zijn opgericht door resoluties van de VN-Veiligheidsraad, telkens met uitdrukkelijke instemming van de Verenigde Staten.

Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog werden diverse opties overwogen over het lot van de nazi-oorlogsmisdadigers. Executies zonder vorm van proces waren een mogelijkheid die door Winston Churchill [nvdr: de Britse oorlogspremier], met de steun van Franklin Roosevelt [nvdr: president van de VS tijdens WOII], ernstig in overweging werden genomen.

Met het aan de macht komen van Harry Truman, na de dood van Roosevelt, en diens verzet tegen standrechtelijke executies, zullen de Verenigde Staten ervoor kiezen een beslissende rol te spelen in het proces van Nürnberg.

Prof. Roger Koudé Koussetogue is momenteel titularis van de Unesco-leerstoel ‘Mémoire, Cultures et Interculturalité’ aan de Université catholique de Lyon (foto: UcLy).

De processen van Nürnberg en Tokio, hoewel ze kunnen worden beschouwd als de laatste oorlogsdaden van de Tweede Wereldoorlog, vormen niettemin een bepalende fase in het lange proces van opkomst van de internationale strafrechtspleging.

Tijdens de eerste hoorzitting van het proces van Nürnberg, op 21 november 1945, legde de Amerikaanse vertegenwoordiger, Robert Jackson, een beroemde openingsverklaring af: “Het voorrecht om het eerste proces in de geschiedenis van de misdaden tegen de wereldvrede te openen, is een grote verantwoordelijkheid.”

En hij vervolgde: “De vier grote zegevierende naties […] houden de arm van de wraak tegen en onderwerpen hun vijanden vrijwillig aan het oordeel van de wet”. Hij besloot zijn toespraak met deze plechtige waarschuwing: “De misdaden die we proberen te veroordelen en te bestraffen, zijn met een voorbedachten rade uitgevoerd, zo pervers en zo verwoestend geweest dat geen enkele beschaving kan tolereren dat ze zouden worden genegeerd, omdat we ze niet zouden kunnen overleven als ze zouden worden herhaald”.

“Maak Amerika weer groots in het internationale strafrecht!”

Joe Biden staat als president ongetwijfeld een enorme internationale taak te wachten. Hij kan gelukkig bogen op zijn rijke diplomatieke ervaring, maar zal toch moeten afrekenen met het desastreuze imago van de VS dat zijn voorganger heeft achtergelaten.

Vice-president Kamala Harris, magistraat van beroep, staat onder meer bekend om haar gestrengheid in de strijd tegen de misdaad in haar land. In het geval dat ze dezelfde interesse zou tonen in het wereldwijd bestraffen van misdaden tegen de menselijkheid, waaronder de missie van het ICC valt, zou ze kunnen bijdragen aan de verzoening van haar land met de eerste en enige wereldwijde en permanente strafrechtelijke jurisdictie (zelfs al blijft de bevoegdheid van het ICC subsidiair).

Dit zou vooral de Verenigde Staten opnieuw in staat kunnen stellen een van de promotors te worden van deze essentiële instelling van mondiaal bestuur.

Deze kwestie is misschien wel een van de meest urgente waarmee Joe Biden en zijn team te maken zullen krijgen, gezien de onaanvaardbare aard van de eenzijdige sancties die door de regering-Trump zijn genomen tegen het ICC en die wereldwijd unaniem worden verworpen, zelfs in de Verenigde Staten.

In dit verband moet in het bijzonder worden opgemerkt:

• De krachtige reactie van de 124 verdragstaten van het Statuut van Rome, waarmee ze het Executive Order verwierpen (presidentieel decreet ondertekend door Donald Trump op 11 juni 2020), terwijl ze hun niet-aflatende steun voor het ICC bevestigden, en de noodzaak om zijn gerechtelijk mandaat onafhankelijk en onpartijdig te behouden. Ze riepen de VS ook op om de sancties tegen het ICC en zijn personeel onmiddellijk in te trekken. Een standpunt dat ook werd verdedigd door de Europese Unie, en de internationale en Amerikaanse civiele samenleving;

• Initiatieven van Amerikaanse persoonlijkheden, variërend van politici tot gepensioneerd militair personeel en zelfs advocaten, die vonden dat de sancties tegen het ICC totaal ongepast waren en dat de VS het Executive Order moesten terugdraaien;

• De initiatieven die nu gaande zijn, in de VS zelf en internationaal, om de regering-Biden op te roepen de sancties tegen het ICC ongedaan te maken en van deze kwestie meteen een prioriteit te maken.

In een tijd waarin de internationale gemeenschap verwikkeld is in een “wereldoorlog tegen misdaden tegen de menselijkheid”, is het de hoogste tijd dat de VS opnieuw over een arsenaal beschikken van internationale strafrechtspleging in het licht van “nieuwe krachten van tirannie”, die helaas nog aan het werk zijn.

Zoals afscheidnemend procureur-generaal van het ICC, Fatou Bensouda, zei: “we moeten erkennen dat de strijd tegen de straffeloosheid bij wreedheden en de cultuur van de rechtsstaat fundamentele voorwaarden zijn voor een samenleving die vreedzamer en welvarender zal zijn”.

Deze verklaring van de procureur-generaal van het ICC is volledig in overeenstemming met de bovengenoemde waarschuwing van haar illustere voorganger, de Amerikaanse procureur-generaal Robert Jackson! Omdat internationale gerechtigheid er echt wel toe doet voor een betere, vreedzamere en veiligere wereld …

Prof. Roger Koudé Koussetogue

Hoogleraar Internationaal Recht aan de Université catholique de Lyon (UcLy). Hij is momenteel titularis van de Unesco-leerstoel ‘Mémoire, Cultures et Interculturalité’ aan dezelfde instelling in Lyon.

(vertaling uit het Frans: Jan Van Criekinge)

Het oorspronkelijke opiniestuk van prof. Koudé verscheen op de website van het Franse tijdschrift Revue politique et parlementaire op 18 januari 2021:
https://www.revuepolitique.fr/joe-biden-peut-il-reconcilier-enfin-les-etats-unis-avec-la-justice-penale-internationale/

Meer weten over het Internationaal Strafhof (ICC)?

Blijven grove mensenrechtenschendingen straffeloos? Internationaal Strafhof ligt onder vuur:
https://pala.be/nl/artikel/blijven-grove-mensenrechtenschendingen-straffeloos-internationaal-strafhof-ligt-onder-vuur

De officiële website van het ICC: https://www.icc-cpi.int/

Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Internationaal_Strafhof


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *